Start spreading the news You’re leaving today I want to be a part of it, New York, New York
Sommige tradities gaan nooit verloren, ook niet in het professionele Amerikaanse honkbal en zeker niet bij de New York Yankees, een club opgebouwd uit tradities. Na elke wedstrijd schalt de klassieker van Frank Sinatra door de speakers, na negen innings waarbij de toeschouwers zich naast tophonkbal tegoed doen aan popcorn uit een driegezinsbeker en aan hotdogs van xxxl-niveau. Waarna dat goedje wordt weggespoeld met bier en cola uit megaglazen waarin je een hond kan wassen. Zo gaat dat in een stad waar alles groter dan groot is. Het stadion van de Yankees, aan het begin van The Bronx, een van de vijf stadswijken van New York, voldoet aan al die kenmerken. Het is nu ruim negen jaar oud, kan bijna 50.000 fans herbergen en verving het aloude complex uit 1923 dat er pal naast lag. De kosten: een slordige 1,6 miljard dollar, zo’n 1,3 miljard euro. Een duizelingwekkend bedrag waar Amerikanen echter niet zo van opkijken. Een van de grootste sportmerken ter wereld verdient een vergelijkbaar onderkomen.
Geen gemor
Groot is ook de rij voor de hoofdingang op deze zonnige zaterdagmiddag. Hoewel het aanvangstijdstip nog maar vijf minuten weg is, onderwerpt iedereen zich gedwee aan de uitgebreide veiligheidsinspecties die moeten voorkomen dat een monument als The Yankees misbruikt wordt door terroristen of ander gespuis. Hoewel de rij meandert tot ver in The Bronx, stijgt er weinig tot geen gemor op. Naar oud-Angelsakisch gebruik, zie ook Wimbledon, laat men zich gewillig opslokken door de mensenmassa, hoe groot en bewegingsloos ook. En ach, waarom zou je je ook druk maken? Van alle Amerikaanse sporten is baseball de meest relaxte. Our favorite pastime noemen de meeste Amerikanen het, ons favoriete tijdverdrijf. Zeker op een fraaie dag als deze is een honkbalwedstrijd een ideaal decor om samen met familieleden en vrienden even bij te kletsen op de tribunes, terwijl onder je de honkballers van de thuisploeg en, in dit geval, de Cleveland Indians een balletje proberen weg te slaan, dan wel te vangen. Spel en gesprekken kabbelen rustig voort, enkel onderbroken door de schaarse momenten dat er wel van enige opwinding sprake is. Om een homerun te voorkomen boort een speler van de Indians zich pijnlijk in de omheining, op een ander moment stromen de honken vol en houdt het publiek bij elke worp de adem in. Zelfs de continue stroom aan orgeldeuntjes wordt dan even stopgezet. Want hoewel ontspannen etend, drinkend of kletsend, het blijven natuurlijk allemaal kenners die op het juiste moment de blik richten op het veld.
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fkevin%2Fsite%2Fjuni%2Fextra_2016_anp-46365569.jpg)
Wonderkind
Er is op deze zaterdag goed nieuws en slecht nieuws te incasseren. Het goede nieuws gaat naar de thuisfans dat alweer een zege kan begroeten: met 5-2 worden de Indians terug naar Cleveland gestuurd. Het slechte nieuws is voor het handjevol landgenoten dat het stadion mede bezoekt om Didi Gregorius in actie te zien, het Nederlandse wonderkind dat het zomaar tot het walhalla van het internationale honkbal, de MLB, schopte. (Of beter: gooide en sloeg). Hij heeft vrijaf gekregen van coach Aaron Boone. Niet omdat hij geblesseerd is of minder in vorm, maar in dat slopende seizoen dat, exclusief de play-offs, liefst 162 duels telt overal in Amerika, is een dagje rust ook weleens lekker. Een avond eerder tegen dezelfde tegenstander zagen en hoorden we Gregorius elke keer als hij zich losmaakte van de dug-out en naar het slagperk dribbelde, toegezongen worden door het publiek. “Didi, Didi,” klonk het uit duizenden kelen, daar waar hij eerder dit seizoen nog weinig losmaakte bij de fans en soms zelfs op fluitconcerten werd getrakteerd. Het viel ook niet mee om te moeten dealen met de erfenis van de legendarische Derek Jeter, die bijna twintig jaar de ongenaakbare korte stop was in het shirt van The Yankees.
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fkevin%2Fsite%2Fjuni%2Fdidi_family.jpg)
En nu staat op diezelfde positie ene Mariekson Julius Gregorius uit Amsterdam, voor Amerikanen gelukkig bijgenaamd Didi, want het uitspreken van zijn namen zijn regelrechte gebitsbrekers in the land of the free en home of the brave. Didi dus. Of Sir Didi zoals hij zichzelf gekscherend noemt. Dit omdat hij in 2011 nadat hij met het Nederlands team wereldkampioen werd koninklijk onderscheiden werd op thuiseiland Curaçao. Hoewel hij eind 2014 al werd ingelijfd door de Yankees, dat hem overnam van de Arizona Diamondbacks, lijkt dit zijn echte doorbraakjaar. In de eerste weken van het seizoen werd hij gelijk uitgeroepen tot Player of the Month in de American League. In april sloeg hij al tien homeruns bij elkaar, had hij het beste slaggemiddelde van het team en in het eerste thuisduel van het seizoen, tegen de Tampa Bay Rays, was hij de eerste korte stop uit de clubhistorie die – mede door twee homeruns – acht punten bij elkaar sloeg in één duel. “Dit was een van de beste maanden uit mijn carrière,” liet de Amsterdammer op de website van de MLB weten. “Er hangt een soort magie om hem heen als hij het slagperk betreedt,” meldde zijn coach Boone. “We vergelijken hem al niet eens meer met voorganger Jeter, dat zegt genoeg,” aldus Carsten Charles ‘C.C.’ Sabathia, de bestbetaalde pitcher uit de MLB-historie in The New York Times. “Zo goed is hij tegenwoordig.”
Klein kereltje
Van een vreemde heeft Gregorius het niet. Waar in de meeste gezinnen een voetbal een prominente rol in de opvoeding speelt, draait het in huize-Gregorius al generaties lang om knuppel, handschoen en honkbal. Opa Juan Antonio was op Curaçao een wereldberoemde verschijning die in de jaren 50 van de vorige eeuw op hoog niveau pitchte bij clubs als Lucky Strike en White Horse Sluggers. Vanwege zijn forse lengte, ruim twee meter, werd hij op het eiland schertsend Chiquitin genoemd, klein kereltje. Vader Johannes maakte vanaf 1984 furore bij de Amsterdam Pirates (zeven seizoenen) en Haarlem Nicols (drie seizoenen) en bleef, eenmaal terug op Curaçao, tot op hoge leeftijd gooien op acceptabel niveau, terwijl moeder Sherista het tot softbalinternational schopte. De acht jaar oudere broer Johnny speelde in Nederland bij ADO in de hoofdklasse en later in Italië en stoomde zijn jongere broer klaar voor een carrière op het hoogste niveau. Een loopbaan die ontstond op Curaçao, weliswaar niet de geboorteplek van de kleine Didi, maar vanaf 1995 (hij was toen vijf jaar oud) wel zijn nieuwe leefomgeving. Bij Santa Maria Pirates kreeg hij de fijne kneepjes van het honkbalvak onder de knie. Al snel bleek dat ook bij de jongste Gregoriustelg honkbalbloed door de aderen stroomde.“Onze vader was onze trainer, na school nam hij ons bijna elke dag mee naar het honkbalveld,” haalde broer Johnny herinneringen op aan die tijd op het Caribisch Netwerk van de NTR. “Het zit in ons bloed. Overal waren we ermee bezig, in de tuin, op de stoep. We hadden allebei dromen, m’n broertje heeft die kans gepakt. Op z’n tweede was hij al aan het gooien en slaan. Ik heb ’m altijd begeleid, misschien is het ook een beetje dankzij mijn werk dat hij nu is waar hij is.”
Korte stop
Ook Jim Stoeckel, oud-bondscoach van het Nederlands team en scout van de Cincinnati Reds, onderkende algauw het talent van de jongste Gregorius toen hij hem als 17-jarige zag uitkomen voor het team van de Nederlandse Antillen dat in 2007 deelnam aan de Koninkrijkspelen in Den Haag. Nog datzelfde jaar tekende het grote talent z’n eerste profcontract bij The Reds. Stoeckel, in The New York Times: “Ik vroeg aan hem of hij een pitcher wilde worden, en hij zei: Nee, dat is mijn vader al. Ik wil korte stop worden.” Na een lange weg langs verschillende opleidingsploegen debuteerde Gregorius in september 2012 tegen de Philadelphia Phillies in de Major League, maar verder dan acht duels kwam hij niet in het shirt van The Reds. In het daaropvolgende seizoen werd hij, met flinke tegenzin, getransfereerd naar de Arizona Diamondbacks. In die nieuwe omgeving sloeg hij, uitgerekend tegen de New York Yankees, in het voorjaar van 2013 de bal voor het eerst het stadion uit, zijn eerste Major League-homerun. “Ik zat op mijn werk en de tv stond aan, ik schreeuwde het uit van geluk,” aldus broer Johnny in NRC Handelsblad.
Robert Eenhoorn
Ruim anderhalf jaar later kon de familie helemaal haar geluk niet op, toen het grote Yankees op de stoep stond bij Didi. De Yankees, de club van sterren als Yogi Berra, Mickey Mantle, Lou Gehrig, Joe Dimaggio en Babe Ruth. Een monument dat tot ver over de grenzen van de VS tot de verbeelding spreekt. Waar Gregorius niet alleen in de voetsporen treedt van Derek Jeter, ook zo’n legende, maar ook in die van Robert Eenhoorn, de Nederlander die midden jaren 90 op dezelfde positie bij The Yankees speelde. Een rondgang langs een paar diehardfans voorafgaand aan het treffen met de Indians leert dat de huidige algemeen directeur van voetbalclub AZ geen onuitwisbare indruk achter heeft gelaten. Zijn foto alleen is niet genoeg om herinneringen op te wekken uit het roemruchte Yankees-verleden, ook een rechtstreekse vertaling (Onehorn, unicorn) van zijn naam biedt weinig soelaas. Bij één man lijkt het horen van de naam iets teweeg te brengen, maar dat kan natuurlijk ook uit beleefdheid komen. Bij het horen van het land van herkomst van Eenhoorn gaat er bij één supporter wel een lichtje branden. “From The Netherlands? We hebben nu een korte stop uit jullie land. Didi. Great player. Kan een sensatie worden.” Hoewel zijn progressie afgelopen maand enigszins stokte, is Gregorius’ populariteit nog niet aan erosie onderhevig. Z’n fanbase op Twitter behelst 245.000 volgers, z’n tweets begint hij steevast met #StartSpreadingTheNews, waarna meestal een opsomming volgt van weer een gewonnen partij waarbij de korte stop voor elke medespeler een eigen emoji hanteert. De Yankees, die voor het laatst de World Series wonnen in 2009, bouwen aan een jonge, talentvolle ploeg die op termijn de MLB moet gaan overheersen. Met Didi Gregorius als een van de pijlers onder het succes. Start spreading the news!
8X NL IN DE MLB
Gregorius is niet de eerste Cura- çaoënaar in het Amerikaanse honkbal-walhalla. In 1989 was Hensley ‘Bam Bam’ Meulens de eerste. De rechtshandige slagman maakte in dat jaar zijn debuut in de MLB, ook als speler van de Yankees. Andruw Jones staat voorlopig in de boeken als de meest succesvolle. De powerhitter uit Willemstad was een vaste waarde voor de Atlanta Braves waar hij vanaf 1996 twaalf seizoenen onder contract stond en goed was voor liefst 368 homeruns. In zijn nadagen kwam Jones ook bij de Yankees terecht. In het huidige seizoen is Gregorius niet de enige landgenoot die de spotlights op zich gericht weet. Ook bij andere Major League-ploegen ontpoppen Nederlanders zich niet enkel tot selectievulling. De pas 21-jarige Ozzie Albies is een regelrechte sensatie bij de Atlanta Braves waar hij de ene na de andere homerun fabriceert, Arubaan Xander Bogaerts (25) is een vaste waarde bij de Boston Red Sox, datzelfde geldt voor Andrelton Simmons (28) bij de Los Angeles Angels en Jurickson Profar (25) bij de Texas Rangers. Kenley Jansen (30) is een succesvolle closing pitcher bij de Los Angeles Dodgers en Spencer Kieboom (27), die over een dubbele nationaliteit beschikt, is catcher bij de Washington Nationals. Tweedehonkman Jonathan Schoop (26, Baltimore Orioles) kampt met de naweeën van een knieblessure.