Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert

Column Jens Olde Kalter: 'De aanslag en de verhalen'

Lees hier de nieuwste column van Jens Olde Kalter, over de veiligheid van de journalisten.

https://cdn.pijper.io/core/panorama-fallback1.png

De aanslag en de verhalen Eind maart maakte justitie bekend een kroongetuige te hebben tegen Redouan Taghi en Said Razzouki. Namen die al een tijd boven het Utrechts-Amsterdamse drugsmilieu hingen en het daarmee samenhangende geweld.’s Avonds zat ik aan tafel bij Nieuwsuur waar op een zeker moment informatie ter sprake kwam over Los Pepes War. Deze groep had het waterpijpcafé Platinum Lounge in Utrecht beklad. Dit zou zijn uit onvrede met al het geweld, aldus misdaadwebsite Boevennieuws. Die informatie werd aangehaald door presentator Twan Huys, waarbij hij niet de naam van de website noemde, maar het had over ‘die website’. In mijn antwoord kopieerde ik dat – dat gebeurt wel vaker – en had ook ik het over ‘die website’. Nog dezelfde avond kreeg ik een boze mail van Boevennieuws. Waarom ik wel hun informatie ‘gebruikte’, maar hen er niet de credits voor gaf. “Het was totaal onbewust,” antwoordde ik. Strikt formeel heeft Boevennieuws gelijk. Het is namelijk ook irritant als je geen credits krijgt voor iets waar jij mee bent gekomen. “Dus je houdt er eentje van me tegoed,” zei ik. “Maar anderzijds heb ik wel een dubbel gevoel, nu jij mij hier persoonlijk op aanvalt. Ik heb namelijk geen flauw idee met wie ik het genoegen heb.”

Boevennieuws, of wie er ook achter zit (de kit, gangsters, of tante Bep van de sigarenboer) had geen enkele behoefte om zijn/haar/hun identiteit aan mij te onthullen. En dat is hun goed recht. “Maar,” zo zei ik, “misschien is dat dan ook de reden dat je voor sommige media altijd die website zal blijven. Je bent zo obscuur als een spook in de Efteling.” Boevennieuws en ik boksten verbaal nog wat extra rondjes – overigens op vrij redelijke toon – maar de kou om het niet noemen van de naam was zeker niet uit de lucht (“Ik had je hoger zitten als journalist dan dit, Jens.”) Daar heb ik het verder bij gelaten. Ik ga niet oeverloos met iemand in discussie die mij bij de voornaam noemt, terwijl ik geen flauw idee heb van die van hem, haar, hullie of gullie. Punt. Prima als je denkt, hey, ik wil over misdaad schrijven omdat ik daar wat vanaf weet en daarmee de leek aan de hand kan nemen. Echt, iedereen is welkom. Maar dan wel graag vanaf de straat, vol onder de lantaarn, in plaats van liggend in de struiken. Helaas staat daar tegenwoordig soms een prijs op, zoals in het geval van collega’s Paul Vugts en John van den Heuvel die al maandenlang worden beveiligd. Dat is verschrikkelijk en schandalig, en het leidt ertoe dat sommige media of schrijvers kiezen voor een positie in de anonimiteit. Begrijpelijk op zich, want wie heeft er zin om ‘naast Paul Vugts op het vakantiepark’ te komen wonen? Helemaal niemand. Het is overigens ook niet helemaal nieuw, het schrijven onder pseudoniem. “Van een onzer verslaggevers,” lees je dan boven verhalen in de krant. En ook bij Panorama werden eerder pseudoniemen gebruikt. Maar mijn ding is het gewoon niet.

Journalisten hebben een filterfunctie. Ze filteren datgene wat men hen influistert, plegen hoor- en wederhoor, schrijven hun verhalen en kunnen daarover ter verantwoording worden geroepen. Door hun hoofdredactie, of bijvoorbeeld door het lijdend voorwerp van hun verhaal. Zo doe ik dat zelf, en zo doen mijn collega’s bij Panorama en nagenoeg alle andere misdaadmedia dat. Afgelopen week stond in Panorama een coververhaal van Boevennieuws, met in het artikel de namen en rugnummers van de hoofdrolspelers. Een dag later vliegt er een antitankwapen door de redactieramen. Ook dat is niet voor het eerst. Zo werden dertien jaar geleden de ramen van de redactie van het blad Quote al doorzeefd. Is Quote toen gestopt met publiceren? Nee. En dat gaat Panorama ook zeker niet doen. Bovendien is niet eens duidelijk waarmee de aanslag verband houdt en met welk verhaal. Het is te makkelijk om meteen de link met de laatste cover te leggen. Maar vermoedelijk was het niet bedoeld voor de redactie van Beau Monde, het blad dat naast onze redactieruimte zit. Boevennieuws heeft afgelopen week in ieder geval alsnog genoeg credits en naamsbekendheid verworven. Wij van Panorama waren – net als de overburen – nog wel even bezig met puinruimen. En gingen vervolgens over tot de orde van de dag.