De zon brandt fel in De Kuip op 9 augustus 1995, als bijna 50.000 fans klaarzitten om met de Feyenoord-spelers het nieuwe seizoen af te trappen. Optimisme heerst op de Open Dag. Het Legioen zingt massaal We worden kampioen, nog voordat er überhaupt een bal heeft gerold. Rotterdam gelooft dat het kersvers Champions League-winnaar Ajax in 1995/1996 achter zich kan houden in de eredivisie. Vanaf de middenstip zingt Willie Batenburg zijn Huppie, huppie, huppie, Feyenoord is m’n cluppie. Ook Sugar Lee Hooper heeft zich in een Feyenoordtenue gehesen, om een dag later in het Algemeen Dagblad te lezen dat ze op een skippybal leek. Dan is het tijd voor de spelerspresentatie. Een voor een komen de spelers, die een paar maanden eerder de KNVBbeker hebben gewonnen, het veld op.
Het is een aardig stel, met internationals als Henk Fraser, Peter Bosz, Ruud Heus, Rob Witschge, Gaston Taument en Henrik Larsson. En dan zijn er nog jongens die tegen Oranje aanschurken, zoals Giovanni van Bronckhorst en Jean-Paul van Gastel. Maar waar zijn de aankopen? De hemel is blauw, dat scheelt. Toch slikt Clemens Zwijnenberg even als hij voor de helikopter op vliegveld Zestienhoven staat. Hij had ermee ingestemd, maar is het wel een goed idee zo’n gevaarte in een vol stadion te laten zakken? Nu het zover is om in te stappen, weet hij het niet. Met Tomek Iwan en Aurelio Vidmar, twee andere zomeraankopen van de Trots van Zuid, stapt Zwijnenberg weifelend in. “Ik had nog nooit in zo’n ding gezeten,” vertelt hij 23 jaar later. “Ik gaf me er maar aan over. Zo ver was het ook niet van het vliegveld naar De Kuip, en het was prachtig weer. Met slecht weer was ik niet ingestapt, hoor.” “We hadden een prachtig zicht op de stad,” vervolgt hij met meer enthousiasme. “Ik geloof dat Tomek en Aurelio het ook wel leuk vonden. Het was geweldig om zo boven De Kuip te cirkelen, al die mensen te zien zitten in het stadion. Maar het zag er ook klein uit, ik vroeg me echt af of we daar konden landen.” Als de helikopter de daling inzet, slikt Zwijnenberg een paar keer. De stipjes van eerder worden nu hele personen op de tribunes. Zwijnenberg is niet de enige die af en toe angstig naar beneden kijkt. Aurelio Vidmar zweet peentjes. “Ik herinner me de dag nog goed,” vertelt hij nu. “Toen ze bij de club zeiden dat we in een helikopter het stadion in zouden gaan, dacht ik dat ze een grapje maakten. I was shitting mijn broek. Je hebt niet echt een softe landing met een helikopter als het ook maar een beetje mis gaat.”
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fkevin%2Fsite%2Fjuni%2Fanp-16136793.jpg)
Roep om grote show
Een helikopter in De Kuip laten landen? Is dat wel verantwoord? Het is een paar maanden voor de Open Dag als Feyenoords commercieel directeur Sjaak Troost vooral vragende blikken op zich af ziet komen als hij oppert een helikopter in te zetten. De roep om een grote show van de aftrap van het nieuwe seizoen te maken is groot binnen de club, maar gaat dit niet een beetje ver? Het idee van Troost komt echter niet geheel uit de lucht vallen. Troost nu: “Ik had een paar jaar eerder al op tv gezien hoe Marco van Basten, Ruud Gullit en Frank Rijkaard bij AC Milan op het trainingscomplex Milanello uit een helikopter stapten, om de pers te woord te staan. Dat zag er indrukwekkend uit. En in april was ik uitgenodigd voor een wedstrijd van de American footballclub Amsterdam Admirals, waar ook een helikopter op het veld landde. Toen ik dat zag, was ik om. Dat moesten we in De Kuip ook kunnen doen.” Die uitnodiging om in het Olympisch Stadion bij de Admirals te komen kijken, komt van Kasper Lentz. Hij heeft in 1995 een evenementenbureau in Vinkeveen, is door Feyenoord ingehuurd om de Open Dag naar een hoger plan te tillen, maar hij werkt in Amsterdam ook voor de Admirals. In een poging om de sport op ons continent te promoten heeft de Amerikaanse American football-organisatie NFL in Europa de World League opgericht, waaraan zes Europese teams meedoen, waaronder de Amsterdam Admirals. American football is in de ogen van de NFL meer dan sport alleen: het is entertainment. En dus wordt Kasper Lentz ingehuurd om spektakel te leveren rond de wedstrijden. Te beginnen op 8 april, als de Admirals de eerste wedstrijd in hun bestaan spelen in het Olympisch Stadion tegen de Barcelona Dragons. “We hadden tot twee weken voor die eerste wedstrijd nog niets geregeld,” vertelt Lentz. “We gingen dus driftig op zoek naar iets wat spectaculair, maar toch ook niet heel moeilijk te realiseren was. Dat werd een helikopter.” In zijn achterhoofd is Lentz rond die eerste wedstrijd van de Admirals ook al bezig met de Open Dag van Feyenoord.
Daar moet hij eveneens een spektakel afleveren. Daarop besluit hij Troost uit te nodigen voor de ouverture van de Admirals in de World League. “Het idee was om in het Olympisch Stadion op een groot scherm eerst een video te laten zien van de lancering van de Apollo, om daarna een helikopter in het stadion te laten landen met een astronaut, die de wedstrijdbal bij zich had,” aldus Lentz. “Het liep echter anders. De helikopter was al geland voordat de video was begonnen. Bij het weer opstijgen, blies de heli alle reclameborden om in het stadion. We hadden geluk dat ze op het veld bleven en niet zo de tribunes op waaiden.”
Brandende stuntman
De Admirals blijken een mooie proeftuin te zijn voor entertainment in de sport. Voor de NFL kan het immers niet gek genoeg, voor Lentz ook niet. “Tegen Rhein Fire kwam een brandweerauto het veld op die een in brand staande stuntman bluste, we hebben ook een keer iemand laten bungeejumpen vanaf het dak van De Meer, met de bal in zijn handen.” American football is entertainment, en staat zo in schril contrast met het voetbal van 1995, waar voor het begin van de wedstrijd enkel wat muziek wordt gedraaid. Het conservatisme viert – zoals altijd in die tijd − hoogtij in de voetballerij. Het gaat om de 22 spelers op het veld. Niemand zit op poespas te wachten. Lentz: “Bij veel clubs kwamen de fans laat binnen, gingen in de rust naar het toilet en gingen na de wedstrijd meteen weg. De beleving was heel anders dan bij American football, waar fans al drie uur voor de wedstrijd naar het stadion kwamen. Het was dus moeilijk om ook maar een beetje entertainment in de voetbalwereld te krijgen.” Hoewel entertainment taboe lijkt, besluit Sjaak Troost die avond in het Olympisch Stadion het helikopter-idee voor te gaan leggen in Rotterdam. Hij is overtuigd, maar hij blijkt zowat de enige op de burelen in De Kuip die dat ziet zitten. “Alle sirenes gingen meteen loeien toen ik vertelde dat ik de nieuwe spelersmet een helikopter in De Kuip wilde laten landen. Het was volgens alle anderen bij Feyenoord levensgevaarlijk. Kortom, niemand wilde hier verantwoordelijk voor zijn. Toen heb ik gezegd dat ik de verantwoordelijkheid op me wilde nemen.” Daardoor gaan de anderen aan tafel overstag, en dus landt er op 9 augustus 1995 een helikopter met de nieuwe aankopen, die goed gebrieft zijn. Zwijnenberg: “Er werd ons bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat we niet meteen naar het publiek moesten gaan zwaaien als we uitstapten. We moesten eerst een beetje bukkend weglopen van de helikopter. Het zou wat geweest zijn als een van ons zijn hand was kwijtgeraakt door te enthousiast te zwaaien. Dan was het meteen de laatste keer geweest."
Heel wat angsten
Een voor een stappen ze uit: Zwijnenberg, Iwan en Vidmar. Eén aankoop ontbreekt echter. Als de helikopter weer is opgestegen, gaat de aandacht van de fans naar een van de hoeken van het veld. Daar rent dé grootste aankoop van deze zomer door een papieren scherm: Ronald Koeman. Waarom de vedette, die eerder kampioen werd met Ajax en PSV, niet in de helikopter zit? De meningen lopen 23 jaar later uiteen. Wellicht verdiende hij een speciale behandeling, al wordt er ook geopperd dat hij niet durfde. Niemand weet het meer precies. Vidmar: “Hij had hoe dan ook groot gelijk dat hij met beide benen op de grond bleef staan. Dat scheelde voor hem heel wat angsten.” Koeman zou in 2011 overigens wel in de helikopter stappen, bij zijn presentatie als trainer van Feyenoord. Op dat moment is de spectaculaire helikopterlanding een traditie die niet meer weg te denken is in De Kuip. Of beter gezegd: dé trekpleister voor de Open Dag. Uit een enquête over de Open Dag van het seizoen 2017/2018 bleek dat 74 procent van de aanwezige supporters de helikopter het leukste onderdeel vond, laat een woordvoerder van de club weten. “De voorbijgaande seizoenen zijn er tijdens de voorbereidingen op de Open Dag intern wel alternatieven geopperd, maar die wonnen het niet van de helikopter.” Dat enorme succes kan op 9 augustus 1995 nog niemand vermoeden. Ook Troost niet. “De eerste en tweede keer vond iedereen het geweldig. Daarna reageerden de supporters met iets van: tja, daar heb je die helikopter weer,” zegt Troost. “Toch valt hij niet meer weg te denken bij de Open Dag. Kinderen van toen weten nu niet beter dan dat er een helikopter is bij de Open Dag. We hebben een mooie traditie neergezet.” Een traditie die op 19 juli een vervolg krijgt. Als het weer het toelaat dan.
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fkevin%2Fsite%2Fjuni%2Fanp-16137308.jpg)
ADMIRALS ALS INSPIRATIEBRON PSV
Tja, een Rotterdamse traditie die voortkomt uit Amsterdam, het zal even slikken zijn voor het Legioen. Maar ook bij andere rivalen van 020 zijn sporen van de Admirals en dus van Amsterdam zichtbaar. Zoals bij PSV. Het nummer We’re Simply The Best van Tina Turner is niet weg te denken uit het Philips Stadion als de spelers opkomen. Het was een idee van Arthur Numan, destijds aanvoerder van de Eindhovense club. In 1996 werd Thomas van Schaik, werkzaam bij de Admirals, in Eindhoven aangenomen om het entertainment naar een volgend niveau te tillen. Hij nam een heel pakket uit Amsterdam mee. Zo zorgde hij onder meer voor een pakket aan jingles en vaste nummers rondom de PSV-wedstrijden. “Fans houden van vastigheid. Als ze die ene jingle horen, weten ze dat ze nog net genoeg tijd hebben om een biertje te halen voor de aftrap. De blauwdruk van wat we in 1996 verzonnen, wordt nu nog steeds gebruikt.” Van Schaik is vooral trots op de gepersonaliseerde goaltune die hij introduceerde. “Als Mateja Kezman scoorde, hoorde je bijvoorbeeld de jingle van Batman. Zo had elke speler zijn eigen muziekje. Voor de wedstrijd hadden we een countdown, meteen na het laatste fluitsignaal startten we een nummer van de Zangeres zonder Naam. Het uitdelen van een programmaboekje nam ik ook van de Admirals mee.” Entertainment in de voetbalwereld was destijds iets nieuws. Om ook de vrijwilligers bij PSV, veelal wat oudere heren die al meer dan 25 jaar hetzelfde deden, mee te krijgen, leende Van Schaik een busje van de jeugdopleiding om ze mee te nemen naar een wedstrijd van Frankfurt Galaxy, een andere American footballclub uit de World League. “Ze keken hun ogen uit. Na een touchdown galoppeerde er een paard het stadion in, met een ruiter met een enorme vlag. Dat was pas entertainment. Zover gingen we niet bij PSV, maar we hebben wel aardig wat toegevoegd vanuit de Amerikaanse sport- en entertainmentwereld.”