doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

The Voice of Rotterdam Lee Towers

Lee Towers (72) is nergens bang voor. Niet voor de jonge garde, niet voor het feit dat mensen hem slechts kennen van drie covers en al helemaal niet voor de feestdagen.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
lee towers

Lee Towers (72) is nergens bang voor. Niet voor de jonge garde, niet voor het feit dat mensen hem slechts kennen van drie covers en al helemaal niet voor de feestdagen. In de aanloop naar Holland Zingt Kerst, volgende week in ‘zijn’ Ahoy’, weet hij: “Ik ben als artiest geslaagd.”

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Hoe ziet kerst in huize Huijzer eruit?

“Ik heb vier kinderen, elf kleinkinderen en twee achterkleinkinderen. We gaan met elkaar de deur uit, naar een hotel in de buurt. Ik vind het leuk om ze allemaal bij elkaar te hebben, maar iedereen mag zijn eigen weg kiezen. Sommigen gaan op wintersport.”

Haalt opa Leen zijn gouden microfoon tevoorschijn en gaat hij kerstliedjes zingen?

“Ben je gek.”

Wat is je favoriete kerstnummer?

If Every Day Was Like Christmas van mijn idool Elvis Presley. En mijn nieuwe Rotterdamse kersthit natuurlijk: Kerst in Rotterdam. Geweldig nummer.”

Zijn de feestdagen voor jou veranderd sinds oudejaarsavond 1994? Toen redde je je vrouw uit een brandend hotel in Antwerpen.

“Ik vind het nog steeds moeilijk om daarover te praten. Nadat het gebeurde, heb ik drie maanden lang geprobeerd om de ellende in de studio weg te zingen. Maar dat lukte toen niet. Uiteindelijk heeft het vijftien jaar geduurd voordat ik weer naar die liedjes kon luisteren die ik toen heb opgenomen. Don’t Cry Daddy en Lonely Street van Andy Williams. Mijn vrouw en ik hebben er een muurtje omheen gebouwd, maar dat muurtje wordt af en toe geslecht. Bijvoorbeeld tijdens die cafébrand in Volendam in 2001. Tussen die brand en die in Antwerpen zit zes jaar, maar ik werd teruggeworpen naar wat ik toen zelf heb beleefd. Zulke gebeurtenissen waren heel heftig en dat zullen ze, denk ik, altijd blijven. Je kunt ze niet simpel uitwissen.”

Je zei ooit dat die brand het ergste was dat je ooit hebt meegemaakt, maar ook het mooiste.

“Het was één grote nachtmerrie, maar als je degene die je het meest dierbaar is kunt redden, dan is dat ook weer een wonder. Nog steeds kijken we elkaar aan op oudejaarsavond en zeggen we: Weet je nog... Dan word je toch altijd weer even stil. Het liefst zijn we dan ook alleen. Iedereen is dan uitbundig, maar wij niet zo. Je denkt toch aan wat toen fout had kunnen gaan. Voor hetzelfde geld was ik nu alleen geweest.”

Tijd voor vrolijker zaken: je treedt samen met onder anderen Anita Meijer, Trijntje Oosterhuis en Danny de Munk op tijdens de eerste editie van Holland zingt Kerst in de Rotterdamse Ahoy.

“In míjn Ahoy, zeg ik altijd. Ik heb daar 51 galaconcerten gegeven, miljoenenproducties neergezet, Ahoy is ooit zelfs voor mij verbouwd, mijn standbeeld staat er, het is gewoon mijn plek. Zoals de Parkkade in Rotterdam ook mijn plek is, waar ik als kind naar de schepen en de matrozen ging kijken die onder de tatoeages zaten. Ik had graag op de grote vaart gewild, maar ik had toen al een bril. Als je ogen niet goed waren, dan mocht je niet de zee op. Ach, op mijn vijftiende zat ik al in bandjes. Muziek is al 58 jaar mijn grootste passie. Mijn eerste bandje heette The Jumping Dynamites, een Shadows-achtig orkestje. Drie gitaren, een drummer en ik als zanger. Daarna werd het Len Hauser and the Drifting Five. Die naam vond ik helemaal niks. Len Hauser was bedoeld voor de Duitse markt, vandaar de Duitse achternaam. Ik had er niks mee en het werd ook niks, gelukkig. Ik noem mezelf een amerikanist.”

En dat is?

“Zo klein als ik was, luisterde ik al naar Radio Luxemburg om de Amerikaanse muziek tot me te nemen. Rock-’n-roll bijvoorbeeld, maar ook die grote gospelkoren. Elvis Presley werd mijn boegbeeld, maar ik was ook fan van The Everly Brothers, Fats Domino en van het gitaarspel van Chuck Berry. Wat ze precies zongen wist ik toen nog niet. Ik zong alles fonetisch mee. Als je vroeger kauwgom kocht, dan zat er een songtekst in die wikkel gevouwen. Die liet ik dan vertalen door de zus van een vriendje van mij, want zij was directiesecretaresse. Ik vind het altijd belangrijk om te weten waar het over gaat.”

Hoe rock-’n-roll was je zelf?

“Ik was geen Barry Hay-achtig type, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik had wel een vetkuif, een leren jack en blue suede shoes, bij wijze van spreken, maar voor de rest gedroeg ik me netjes. Aan drank en drugs deed ik niet. Op mijn 28ste begon ik pas met wijn drinken. Ik rookte op mijn veertiende wel stiekem en ik had al mijn eerste biertje gedronken, maar dat vond ik een soort paardenzeik. Ik ben nog steeds geen bierdrinker. Een glaasje wijn vind ik gezellig, maar alles met mate. Als ik uit eten ga, wil ik niet het risico lopen dat ik de volgende ochtend ergens op de voorpagina sta.”

Vind je het jammer dat mensen je alleen kennen van nummers die niet van jou zijn, zoals You’ll Never Walk Alone?

“You’ll Never Walk Alone is van mij geworden.”

Is dat zo?

“Ken je de geschiedenis van dat nummer?”

Gerry & The Pacemakers, Anfield…

“Nee, nee, nee! You’ll Never Walk Alone is 65 jaar geleden geschreven voor de musicalcarrousel van Richard Rodgers en Oscar Hammerstein, twee Broadway-componisten. Iedere zichzelf respecterende artiest heeft het daarna opgenomen. Toen ik het voor het eerst hoorde, sprak de tekst me meteen aan. Ik kende de versie van Frank Sinatra, maar ik had meer met die van Engelbert Humperdinck. Daarna, in 1976, heb ik het opgenomen op mijn eerste album. Toen was de versie van Gerry & The Pacemakers natuurlijk al een voetbalhit in Liverpool. Met Veronica heb ik destijds een special gemaakt, op de middenstip van De Kuip. Dat nummer is zó mijn lijflied geworden dat ik durf te zeggen dat het van mij is. Ik heb er inmiddels al zoveel versies van opgenomen. Een symfonische versie, een feestversie, een jazzversie, noem maar op.”

Op jouw website staat dat ‘Lee Towers voor zijn landgenoten is wat Broadway is voor amusement-minnend Amerika’. Heb je dat zelf bedacht?

“Je bedenkt niet alles zelf, toch? Dat komt van een journalist die me ooit heeft zien optreden.”

Het klinkt niet erg bescheiden.

“Als je miljoenen kostende Las Vegas-producties maakt waar vijfhonderd medewerkers, een zeventigkoppig orkest en zestig balletdansers bij betrokken zijn, en je staat acht dagen in een uitverkocht Ahoy, met showtrappen, fonteinen en zelfs een spaceshuttle die op de muziek van Star Wars uit het plafond komt, dan heeft dat niks met bescheidenheid te maken. Dat is gewoon op een formidabele manier je vak uitoefenen. In 1984 werden in Las Vegas de zogenaamde Vari-Lites geïntroduceerd, dat zijn van die computergestuurde, ronddraaiende lampen. Dat was bij een openingsconcert van Lionel Richie waar ik bij was, in de MGM Grand Hotel. Ik dacht: die wil ik ook. Niet veel later haalde ik die dingen voor het eerst naar Europa. Ik zou het aanvankelijk samen met de AVRO en Veronica doen, maar die haakten allebei af. Toen heb ik zelf maar de portemonnee getrokken. Ik heb er destijds ook maar meteen een lasertunnel bij gedaan, dat kenden we hier toen ook nog niet.”

Ambitieus.

“Ik ging vooral naar Amerika om te leren. Ik betaalde een godsvermogen voor de beste kaartjes in Las Vegas, zodat ik niet op mijn vingers werd gekeken als ik stiekem foto’s nam van de show of geluidsopnames maakte. Ik droeg een zwarte broek, een zwart overhemd en een zwarte stropdas zodat niemand mijn microfoontje zag zitten. Ondertussen stonden mijn ogen op steeltjes. Ik zat alleen maar op het licht te letten en hoe het geluid was afgesteld.”

Wil je het hele interview met Lee Towers lezen?  De nieuwe Panorama ligt nu in de winkel met daarin nog veel meer moois! Ook is die hier te bestellen.  Alleen benieuwd naar dit artikel? Lees dit artikel dan op Blendle..

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws