Het is donderdag 6 december 2018. Ik zit in een café, aan een houten tafel met kaarslicht en een glas dieprode wijn. Het is tenslotte avond. Ik zat vaker aan een cafétafel deze column – Olde Kalters Onderwereld – te tikken. Soms met een wijntje, soms met een kop koffie. Af en toe was er stress, wanneer de deadline naderde en ik nog geen onderwerp had. Had je dat eenmaal helder dan was de helft van het probleem opgelost. Soms deelde ik een column daarna schematisch in. Dus eerst in blokjes op papier zetten en daarna inkleuren met anekdotes of herinneringen. Handig, want met een roadmap raak je nooit verdwaald. Maar vaker verdwaalde ik bewust, krabbelde een anekdote op en zag vervolgens wel waar dat mij – en daarna u als lezer – zou brengen. Geweldig vond ik het, dat ik niet wist hoe de reis zou verlopen, waar het me uiteindelijk ging brengen en welke deurtjes er onderweg in mijn geheugen zouden opengaan. Meer dan eens zat ik middenin mijn jeugd, toen ik al een bijzondere belangstelling had voor misdaad en voor de misdaadfiguren die ik door bijbaantjes in de horeca en een voorliefde voor kickboksen leerde kennen. Het bracht me naar mijn overleden vader die daardoor regelmatig op deze pagina figureerde en die mij vaak wijze, vaderlijke raad gaf (“Prima dat je op kickboksen wil,” zei hij toen ik 18 was, “maar denk goed na met wie je na afloop een biertje gaat drinken”). Naar mijn oma in Tilburg, die mij als 10-jarige een tientje gaf om mij op eigen houtje met de lokale kermis en alle randdebielen die daar rondliepen kennis te laten maken. Naar een vakantie in Frankrijk, waarin ik in de buurt van Parijs een verkeersbord zag staan, en opeens wist dat m’n column over de Heineken-ontvoering moest gaan en over hoe ik als puber dat boek met fascinatie las. Naar de skilift waarin ik – aangespoord door een ongeduldige eindredacteur – met bevroren jatten op mijn telefoon zat te tikken omdat de versie die vanaf mijn laptop was verstuurd niet bleek te zijn aangekomen. In Marbella keek ik eens op een terras naar de zwaarste gangsters van Europa (zo zagen ze er althans uit) en schreef ik in no time de column Marbella Maffia. En in een of andere afgetrapte Oostenrijkse berghut belde de moeder van een gedetineerde die zich zorgen maakte over haar zoon. Nog bedankt voor het onderwerp mevrouw!
Tuurlijk ga ik vaak voor werk of research naar strafzaken. Soms keek ik ook op de rechtbankrol of er nog een gekke zaak aankwam waardoor ik iets origineels in mijn column kwijt kon. Of dat nou meteen die week iets opleverde of een jaar later zag ik dan wel weer. Het gaat om de ervaring, de uitspraak, de knipoog van een verdachte naar zijn maten op de tribune, of om de advocaten die al urinerend over zaken kletsten die alleen voor hun oren waren bestemd, toen plots ondergetekende uit het pleehok opdoemde. Soms was het serieus en beschouwend, bijvoorbeeld over de cocaïneliquidatieproblematiek. Meer dan eens heb ik betoogd – en dat zal ik blijven doen – dat legalisatie de enige oplossing is. Maar ook dan probeerde ik het cokeprobleem – waar half Nederland last van heeft – een gezicht te geven met een voorbeeld uit de praktijk. De halve stad loopt tenslotte met een pakkie. Terwijl justitie en (een deel van) de media zich een tijdlang vooral druk maakten om de oude Hollandse penoze, bouwde een nieuwe generatie criminelen in relatieve stilte aan hun coke-imperium en miljoenenwinsten. Jarenlang bleven ze onder de radar, totdat er als gevolg van hun strijd om de macht steeds meer lijken in de straten lagen, kogels in kinderkamers verdwenen en mensen per vergissing werden vermoord. Justitie maakte een inhaalslag door meer pro-actief te rechercheren en ja, opdat we niet vergeten, E-N-N-E-T-C-O-M. Haast wekelijks regent het bewijs uit PGPcommunicatie. Vorige week nog kopte NRC Handelsblad dat justitie via PGP ontdekte dat er met de gedachte werd gespeeld om Koos Plooij te liquideren. Uitgerekend Rico de Chileen, de man die voor een witwaszaakje uit Chili werd opgehaald en deze week weer voor de rechter staat, zou dat plan volgens justitie ‘een slecht idee’ hebben gevonden. Ontlastend bewijs, zou je kunnen betogen. Maar ik vermoed zomaar dat justitie ook genoeg belastends in de aan hem toegeschreven communicatie heeft ontdekt. Ik zal erbij zijn, in de bunker van Rotterdam. Maar ik zal er niet meer op deze plek over schrijven. Das war einmal. Helaas, aan alles komt een einde. Maar een deur dichttrekken betekent ook een deur weer openzetten. Ik ga dit enorm missen, de herinneringen, de druk, het gezeik over het aantal woorden, de complimentjes, aanmerkingen en vooral de wekelijkse voldoening. Als het weer af was, en gelukt. Zo’n honderdtwintig keer alweer in ruim twee jaar tijd. Dank Panorama voor dit fijne podium. Dank u voor al uw aandacht. Ik zal u, de lezers, missen. Net als deze fijne plek.