Volgens Dallinga is geen sluitende medische diagnose van lichamelijk of geestelijk geheugenverlies vastgesteld, maar kan van amnesie wel degelijk sprake zijn. ,,Zijn klachten wijzen in de richting van een posttraumatische stressstoornis. Daarbij kan geheugenverlies optreden", zei de raadsman. Volgens hem neemt B. geen geregisseerde houding aan. ,,Zijn verklaring dat hij zich niets herinnert is geen berekenend gedrag."
De raadsman benadrukte dat ondanks de getuigenverklaringen niet kan worden bewezen dat zijn cliënt achter het stuur zat. Het aanvullende DNA-onderzoek naar haarsporen in de voorruit had daar meer duidelijkheid in moeten brengen, maar de rechtbank wees dat verzoek dinsdag af. ,,Nu weten we het niet zeker. En als we het niet zeker weten, dan is iets niet te bewijzen", aldus Dallinga. Hij verweet het OM op belangrijke onderdelen vooral ,,interpretatie" en vroeg vrijspraak.