Het OM vindt dat er voldoende bewijs is dat de broers in Suriname mensen ronselden om in Syrië te gaan vechten voor terreurorganisatie IS. Ook is het volgens de aanklager duidelijk dat de broers geld hebben gegeven aan een Syriëganger toen hij in Turkije zonder geld zat. Deze indirecte financiering van een terreurorganisatie is strafbaar.