Nederland besloot destijds deel te nemen aan de ontwikkeling van de opvolger van de F-16, die officieel F-35 heet. Daardoor konden regering en parlement in de jaren die volgden niet langer in alle vrijheid beslissen wat ze van Defensie verwachten, welk materieel daarvoor nodig is en wat ze daarvoor kunnen en willen uitgeven, constateert de Rekenkamer.
De Rekenkamer, die toeziet op de uitgaven van het Rijk, trekt elf lessen uit het decennialange gesteggel over de aankoop van de JSF. Die moeten de Tweede Kamer helpen in het vervolg beter greep te houden op dure aankopen als deze. Nederland wil de komende jaren miljarden uitgeven aan onder andere nieuwe onderzeeboten en fregatten.