K. heeft bekend, maar zegt dat hij geen herinnering heeft aan de gebeurtenissen. Hij zou er geestelijk slecht aan toe zijn en onder meer aan zware depressies lijden. Een paar dagen na het dodelijke geweld gaf K. de vrouw als vermist op. De politie vertrouwde de zaak niet en deed huiszoeking.
Het Openbaar Ministerie had acht jaar cel en tbs geëist. De rechtbank acht K. niet toerekeningsvatbaar voor het in stukken zagen van het lijk. Volgens deskundigen was hij op dat moment volstrekt los van de werkelijkheid. De opgelegde celstraf is daarom lager dan de eis.