DOSSIER

Karate Bob

Slobodan Radojev Mitrić - bijnaam: Karate Bob - wordt op 1 maart 1948 geboren in Vojvodina in Noord-Servië. Mitrić specialiseert zich in karate en werkt voor de geheime dienst van Joegoslavië. Wanneer hij 17 jaar is, het is dan 1965, schrijft Mitrić het toneelstuk 'De kleine zakkenroller', en de dichtbundel 'De opa van mijn opa zwarte Karmatovic'. Deze bundel wordt in beslag genomen door de Joegoslavische Centrale inlichtingen- en veiligheidsdienst UDBA.

Mitrić is een enthousiast vechtsportbeoefenaar en blinkt uit in karate. In 1968 wordt hij karate- en jiu-jitsutrainer van de contra-inlichtingendienst CBOB en de in Belgrado gelegerde Amerikaanse mariniers. De volgende twee jaren traint hij ook de West-Duitse en Zwitserse geheime diensten, de Noorse Koninklijke Garde, het Noorse nationale Karateteam en de inlichtingendienst van de NAVO, het SION in Oslo. In 1971 maakt de MI6 en CIA in Oslo een karatefilm van Slobodan  Mitrić, die karatetrainer wordt van de Zweedse inlichtingendiensten SEPO en IB en van de Stockholm karateclub en militaire academie in Uppsala. In dat jaar ontwapent Mitrić in Zweden de Kroatische geheimagent en vliegtuigkaper Tomislav Rebrina.

Het jaar daarop wordt  Mitrić gearresteerd voor tientallen zware mishandelingen van terroristen en de vermeende verkrachting van een aantal Zweedse vrouwen. Hij schrijft de roman 'De onderwereld van Belgrado', maar ook dit boek wordt in beslag genomen door de geheime dienst van Joegoslavië, SDB. Mitrić wordt benoemd tot hoofd van afdeling speciale operaties van Reserve Police-International (RPI) voor de Benelux en Scandinavië.

In 1973 krijgt hij opdracht voor een liquidatie van de secretaris-generaal van de Marxistisch-Leninistische partij van Joegoslavië en tevens hoofd van de KGB voor Europa, de Montenegrijnse emigrant Dapsevic in Brussel. Hij weigert die opdracht uit te voeren en vlucht naar Nederland.

Op 25 december 1973 schiet hij in het Amsterdamse café Mostar drie Serviërs dood. De drie hadden de avond tevoren met een pistool-mitrailleur op Mitrić geschoten, die beweert dat het Joegoslavische geheim agenten zijn. Volgens Mitrić hadden ze vanuit Belgrado opdracht gekregen hem te liquideren.

Tijdens het verhoor door de politie en voor de rechtbank laat Karate Bob weten dat hij een agent is van de Joegoslavische veiligheidsdienst CBOB. Hij was als agent geïnfiltreerd in een criminele organisatie die zich bezighield met het leeghalen van kluizen die van banken en grote bedrijven waren. Vooraf kregen de bendeleden van Nederlandse informanten precieze aanwijzingen over waar zij moesten zijn en wat zij zouden aantreffen. De buit werd na de inbraak gedeeld met de informanten. Die zouden vervolgens hun deel verder hebben gesluisd naar de Joegoslavische stalinist Vlado Dapcevic, die in ballingschap in Brussel verbleef. Met het geld dat deze uit Nederland ontving zou diens strijd tegen Tito zijn gefinancierd. Mitrić was in deze groep geïnfiltreerd in een poging om zich langs die weg toegang tot Dapcevic te verschaffen. Hij had namelijk van de leiders bij de CBOB opdracht gekregen Dapcevic te liquideren. Mitrić voerde die opdracht niet uit omdat Dapcevic hem ervan wist te overtuigen dat hij nooit een cent van welke inbraak dan ook had ontvangen.

Nadat in Belgrado duidelijk was geworden dat de geheim agent Mitrić zijn dienstopdracht niet wenste uit te voeren deelde de CBOB een ‘license to kill’ uit aan de andere bendeleden. Een paar dagen voor die 25ste december was Mitrić al ternauwernood ontsnapt aan een moordaanslag in een ander Amsterdams etablissement. In café Mostar hadden de drie het op zijn leven voorzien, en Mitrić handelde uit noodweer toen hij de drie dood schoot.

Karate Bob zit dertien jaar in Scheveningen

De rechtbank legt zijn verklaring terzijde en hij wordt veroordeeld voor drievoudige doodslag en krijgt dertien jaar gevangenisstraf, die hij uitzit in Scheveningen. Tijdens zijn detentie in Scheveningen wordt Mitrić - volgens eigen zeggen - door de geheime groep rond Hans Teengs Gerritsen ingezet in een grote heroïnezaak. Die affaire vormt de inleiding tot een langdurig kruisen der degens met Tinus Fens, de toenmalige koning van de Haagse onderwereld. Mitrić wordt daarbij gerund door kolonel Kurt Görlitz en overste buiten dienst William Küchler.

In 1976 schrijft hij het boek 'Moordmachine van Belgrado,' dat wordt door het CIA in beslag genomen. In reactie daarop solliciteert hij, via de Servische oppositieleider Dusan Sedlar, bij de Central Intelligence Agency ( CIA) . In de Servische taal en onder het pseudoniem Zoran Jovanovic publiceert Mitrić in 1979 in het uit Londen opererende Joegoslavische politiek-culturele tijdschrift Nasa Rec 'Bekentenissen van een ontgoochelde spion,' in tien afleveringen. In datzelfde jaar wordt Mitrić overgeplaatst naar de gevangenis in Veenhuizen.

In 1981 verschijnt 'Het grote karateboek van Karate Bob'.  Hij maakt de karatefilm 'De Karate Bob' en wordt directeur en hoofdredacteur van tijdschrift Karate Europa. Aan ambassadeur Paul Bremer in Den Haag overhandigt hij een lijst van honderd vermeende dubbelagenten.

In 1982 wordt Mitrić mede-eigenaar en directeur van tientallen winkels voor sportartikelen in de Benelux met hoofdkantoor in St. Willibrord. Ook wordt hij mede-eigenaar en directeur van de fabriek voor sportmachines Adonis in Tilburg. Karate Bob wordt benoemd tot directeur Nederland van Reserve Police-International in Tucson, Arizona. Hij schrijft in het Servisch de driedelige science-fiction thriller 'Operation Twins', waarna dat boek in beslag wordt genomen door de CIA. Hij publiceert 'Geheim-agent van Tito' en 'Tito’s moordmachine'. Hierna wordt hij overgebracht naar een isoleercel in Rotterdam.

Karate Bob moet achter tralies voor verkrachting

Tijdens een paar trips die hij in 1982 onder supervisie van Görlitz en Küchler maakt binnen het kader van het anti-Fens offensief zou hij een paar dames hebben verkracht, onder wie de echtgenote van Frans de Wit, bijnaam Papa Blanca. Karate Bob bestrijdt dit in alle toonaarden en roept tijdens de rechtszittingen dat er een complot tegen hem is gesmeed. In 1983 wordt Mitrić hiervoor veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

Het jaar daarop publiceert hij het toneelstuk 'Bijbel van de man zonder geloof,' dat in de gevangenis wordt opgevoerd. Hij waarschuwt de Nederlandse regering vanuit de gevangenis voor de verkoop van gestolen plutonium en uranium. Mitrić wordt overgeplaatst naar gevangenissen in Haarlem en Leeuwarden. Ook wordt hij benoemd tot voorzitter van de 'Bond van buitenlandse gedetineerden op Nederland grondgebied'.

In 1985 wordt Mitrić benoemd, onder het pseudoniem Milos O. Vojinovic, tot hoofdredacteur van het politieke emigrantenmaandblad in de VS 'Srpski Glasni' (De stem van Servië). Mitrić publiceert 'Nederland’s maffia,' dat in beslag wordt genomen. Hij schrijft het boek 'Hoe de Koude Oorlog te beëindigen en West-Europa te bevrijden van het communistische juk.'

Mitrić komt in 1986 vrij, maar beweert tijdens zijn gevangenisstraf veel hand- en spandiensten te hebben geleverd voor de Nederlandse regering. Omdat het aannemelijk werd geacht dat hij in zijn land van herkomst ter dood zou worden veroordeeld, verbiedt de rechter zijn uitzetting. Mitrić verblijft sindsdien als ongewenst vreemdeling in Nederland, en schrijft toneelstukken en boeken.

In 1987 wordt Mitrić veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf voor drie vermeende verkrachtingen van twee vrouwen en een man. In 1988 maakt Mitrić een reeks schilderijen over de slag bij Kosovo in 1389, en tientallen iconen. Hij wordt benoemd tot voorzitter van de Servische commissie voor mensenrechten voor de Benelux en Scandinavië. In 1989 publiceert hij een poëtisch toneelstuk 'De slag bij Kosovo'. In 1990 schrijft  Mitrić 'Hoe het Joegoslavische volk van het communistische juk te bevrijden.. In dat jaar begint hij in Amsterdam een drietalig tijdschrift The Serbian Army/L’armée Serbe. Samen met de vrije Nederlandse kunstenares Iris de Vries begint hij in 1991 een tijdschrift 'L'Atelier de la Liberté'.

Ook zou hij in 1992 hoofdcommandant zijn geworden van de 'Serbian Army' en staflid van het 'hoofdkwartier van oorlog van de vrije staat Servië'. Begin september 1992 duiken in Nederland pamfletten op waarin het bevrijdingsleger oproept zich te wreken op de vijanden van Servië. Mitrić trouwt in maart 1992 te Amsterdam met de zes jaar oudere kunstenares Iris de Vries. De plechtigheid vindt plaats op een maandagochtend, omdat dan door de gemeente Amsterdam geen kosten in rekening worden gebracht. Het paar woont op een zolderkamer.

Per 1 augustus 1992 wordt de bijstandsuitkering van Mitrić door de gemeente Amsterdam gestaakt, aangezien hij zonder instemming van het bevoegd gezag in Nederland verblijft en daarom op grond van de Vreemdelingenwet kan worden uitgezet. Het paar moet voortaan rondkomen van de eenpersoons bijstandsuitkering van Iris de Vries. Mitrić kan zich als ongewenst vreemdeling ook niet tegen ziektekosten verzekeren en is aangewezen op gratis medische hulp. Zijn echtgenote schrijft over hun erbarmelijke omstandigheden talloze brieven aan ministers, Kamerleden, advocaten, hoogleraren en aan de redactie van het dagblad Trouw, maar hulp blijft uit.

Iris De Vries overlijdt op 10 januari 2006 op 64-jarige leeftijd en wordt op 17 januari gecremeerd. Haar bijstandsuitkering wordt beëindigd. Omdat Mitrić als ongewenst vreemdeling niet mag werken en ook geen recht heeft op een bijstandsuitkering, begint hij een procedure om zijn status van ongewenste vreemdeling opgeheven te krijgen. Half april 2006 wordt bekend dat Mitrić is aangezegd Nederland voor 26 april 2006 te verlaten. Zijn advocaat mr. Henri Sarolea is het hier niet mee eens, en meent het vonnis uit 1986 nog steeds geldt en dat Mitrić nog steeds gevaar loopt. Ook vindt hij dat de minister het recht op uitzetting had verspeeld omdat Mitrić al 33 jaar in Nederland wordt gedoogd. Sarolea spant een kort geding aan.

In 2010 verklaart Mitrić: “Het is niet waar dat ik ooit liquidatieagent was, maar dat ik als patriot gewerkt heb om terroristen en criminelen zonder grenzen te bestrijden...”. Door zich te presenteren als een moordenaar, slaagt hij er naar eigen zeggen in vrijwel alle misdaden die werden begaan tegen politieke emigranten uit Joegoslavië te openbaren. Een rechter bepaalt in het kort geding dat hij pas kon worden uitgezet nadat is uitgezocht of er gevaar in Servië voor Mitrić dreigt. Begin januari 2012 deelt toenmalig minister Gerd Leers, die over asielzaken gaat, aan Mitrić mee dat uit een ambtsbericht bleek dat Mitrić nauwelijks risico's loopt in Servië. Volgens mr. Sarolea heeft zijn cliënt daar alle reden te vrezen voor zijn leven. Hij heeft destijds een ontzettend conflict gekregen met de geheime dienst en haat verjaard niet. Mitrić zal daar niet strafrechtelijk worden vervolgd, maar de kans op een geheime executie zit er nog steeds in. In januari 2012 besluit minister Gerd Leers middels een ambtsbericht dat Mitrić terug kan keren naar Servië.

Tandeloze Karate Bob moet toch echt het land uit

Als Panorama's Wouter Laumans in november 2013 bij Karate Bob (dan 65) op bezoek gaat, blijkt dat ooit zo gevreesde moordenaar geen tanden meer heeft. Volgens Fred Teeven is hij nog steeds een gevaar voor de Nederlandse samenleving en moet hij worden uitgezet.

Laaste nieuws

Formule 1
Stroll: 'Ook op Playstation heb ik moeite met de bochten'
Lomans
Mannenpraat: de ex van Guus Meeuwis komt er warmpjes bij te zitten. Zeven miljoen ofzo
Algemeen
Tom Dumoulin verliest roze trui in Giro
Blog - sexy
Zeven producten die je NIET moet eten en drinken voor seks
Voetbal
Hooligans zijn zielig, maar die in Zuid-Limburg helemaal! 
Algemeen
Huub van der Lubbe: 'Het westen vindt zichzelf bijna slachtoffer'
Formule 1
Button verbaast zich: 'Zo laat remde ik nog nooit'
Misdaad
Politie doet onderzoek naar tuinkabouters in Assen
Misdaad
Mega-ontsnapping uit Braziliaanse gevangenis (VIDEO)
Misdaad
Man met militair pak en uitrusting aangehouden
Misdaad
Megapartij onderschepte hasj in Spanje ook op film (VIDEO)