Star Wars in Tunesië

   2774  

Dit is een verslag van een reis die niet alleen naar Tunesië voert, maar ook naar een ‘galaxy far far away’. Weer eens wat anders dan bakken aan het strand.

Mijn 16-jarige zoon blijft tijdens het kopen van het speelgoed een beetje van me vandaan staan. Hij zegt dat straks mensen denken dat ik dat lightsaber voor hém koop. Dat is niet het geval. Ik koop het voor mezelf. Of beter gezegd: voor deze reportage.

Mijn kennismaking was in 1980. De kenners weten dat ik dus niet het eerste deel in de bioscoop heb gezien. Ik stapte in op 9-jarige leeftijd in de Star Wars-saga met The Empire Strikes Back. De sensatie die ik voelde tijdens het kijken naar die lm is eigenlijk nooit geëvenaard. Maar vóór mijn instapmoment The Empire Strikes Back was er A New Hope. Drie jaar eerder, in 1977, kwam die uit. Er is in de tussentijd veel gebeurd in de wereld: eind van dit jaar draait zelfs het achtste deel van Star Wars in de bioscopen, de succesvolste filmserie aller tijden. 

Maar even terug naar het begin, naar A New Hope, die toentertijd overigens gewoon gepresenteerd werd onder de naam Star Wars. Voor die eerste lm moest George Lucas, de bedenker van het verhaal, een plek hebben waar veel zand was. Een groot deel van A New Hope speelt zich namelijk af op een zandplaneet genaamd Tatooine. Voor die scènes toog het hele Star Warscircus halverwege de jaren 70 drie, vier maanden naar Tunesië.

Ik ga veertig jaar na dato samen met fotograaf Goffe Struiksma dat circus achterna om die set te bezoeken. En dat Goffe mee gaat is goed. Hij is iets ouder dan ik en voelt dezelfde sensatie. Dat is niet zonder reden. Hij zag als jongetje wèl de openingsbeelden van Star Wars: A New Hope. Die beelden dus van de zandplaneet Tatooine, oftewel de Tunesische woestijn van zo’n veertig jaar geleden. Als Goffe erover vertelt, verschijnt een twinkeling in zijn ogen. Hij vindt het dus ook volkomen normaal dat ik met een lightsaber in mijn hand bij de incheckbalie op Schiphol verschijn voor onze reis naar Tunesië.

Op zijn gat

Even over Tunesië: dat land heeft een beetje een probleem. Of eigenlijk twee: de aanslag in het Bardomuseum van Tunis op 18 maart 2015 en de aanslag in de badplaats Sousse die dik drie maanden later plaatsvond op 28 juni. Bij die twee aanslagen zijn in totaal 62 mensen omgekomen. Ze zijn opgeëist door Islamitische Staat en leidden tot de sluiting van tachtig moskeeën en tot duizenden zwaarbewapende agenten die allerlei toeristische trekpleisters bewaken. 

Maar deze maatregelen konden niet voorkomen dat het toerisme naar het Noord-Afrikaanse land volledig op zijn gat kwam te liggen. Recent werd het negatieve reisadvies voor de belangrijkste badplaatsen verzacht, maar voor een groot deel van Tunesië geldt nog steeds het reis- advies: ‘Alleen voor noodzakelijke reizen.’ Voor de gebieden die tegen Libië en Algerije aan liggen geldt het advies ‘niet reizen’. Laat de zandplaneet Tatooine nu net ongeveer één kilometer van de grens van Algerije liggen...

Niets dreigends

We lopen door de straten van Tunis en vrijwel iedereen van wie je de blik vangt lacht naar je. Of ze kijken verwonderd, alsof ze willen zeggen: wat doe jij nou hier? Maar de boodschap is helder: de mensen heten ons welkom met hun ogen, ze zijn blij dat we er zijn. Misschien is dit kleine plukje westerlingen het eerste voorteken van de wederopbouw van het toerisme naar Tunesië, lijken ze te denken. En na een paar dagen gun je het die mensen ook zo erg. Want ze hebben het toerisme echt nodig. Dat zie je het beste als we aankomen bij een of andere waterval die we van onze gids echt moeten zien. Bij die waterval staan een paar kleurige hutjes, toeristische winkeltjes met hun uitgestalde waar. 

Het is al het einde van de middag, maar we zijn de eersten vandaag die langskomen, zegt de eigenaar terwijl hij een glaasje muntthee voor ons inschenkt. Hij huurt de grond rond deze waterval van de gemeente en de afgelopen jaren, na die twee aanslagen, gaat het bar slecht met de zaken. De mensen dur- ven hier niet meer te komen, weet hij. “Maar waarom niet? In Parijs komen toch ook nog steeds mensen? Daar zijn ook aanslagen geweest. Maar kijk eens om je heen. Het is hier helemaal veilig. Er is niets dreigends.” 

Rondkijkend kun je inderdaad concluderen dat het enige echt gevaarlijke een slang is die ze achter in de winkel hou- den en af en toe wat oppoken, waardoor er een gesis uit het terrarium komt en de rillingen mij over de rug lopen. Arm beest. Net zoals zijn baasje zit die slang gevangen in zijn directe omgeving. Hij kan alleen maar hopen dat het ooit beter wordt, dat er weer ooit wat toeloop komt. Tot dan is het insjallah. 

Dit is een klein voorstukje uit de speciale Zomerpanorama. Wil je het hele artikel en meer reisverhalen lezen? Bestel het blad hier.

V. Olling

  • Redactie Panorama