Mylène in de wereld van de motorclubs

   27843  

Motormuis Mylène maakte tot nu toe kennis met leden van de Hells Angels, Satudarah, de Veterans, de Demons, de Black Sheep, de Rogues, de Seariders, de Black Guards, MC de Wâlden, de Bald Headed Bastards en natuurlijk No Surrender. Meestal ging het goed, soms stroef en één keer ging het mis. Dit is haar persoonlijke verhaal over tien jaar omgang met ruwe bolsters en blanke pitten.

Als ik het nu, ruim drie jaar na dato, weer teruglees op nieuwssites, kan ik nog steeds niet geloven dat ik ooit zo ver ben gegaan om met een goed verhaal thuis te komen. Maar het staat er toch echt.

27-5-2014. Mylène de la Haye, verslaggeefster voor weekblad Panorama, wordt president van de No Surrender Sisterhood. Ze gaat de vrouwelijke afdeling van de motorclub leiden. Ze is gevraagd door Klaas Otto, de baas van motorclub No Surrender. De la Haye gaat een feuilleton over haar belevenissen bijhouden. Wow, over ambitie gesproken. Ik ging, als journalist, wekelijks schrijven over mijn avonturen binnen No Surrender. Met humor (voor sommigen binnen de MC-wereld een probleempje), zonder de zaken mooier voor te doen dan ze waren en zonder mijn nieuwe ‘broeders’ in de problemen te brengen. En daarnaast ging ik ook nog eens het allergrootste taboe dat er in de MC-wereld bestaat doorbreken, namelijk vrouwen in colours. Waarom niet meteen ook de wereldvrede regelen en het mondiale hongerprobleem oplossen?

Toen ik ja zei tegen Klaas Otto, was mijn ambitie om voor de papieren dinosaurus die Panorama heet (mijn lust en mijn leven) te gaan waar nog geen journalist was gegaan en hopelijk de oplages wat te verhogen. Maar ik had ook een ideaal. Om van de MC-leden die ik leerde kennen mannen van vlees en bloed te maken. Kerels met wie mijn lezers zich konden identificeren. Ik had het op televisie al eerder gedaan met een andere, vaak onbegrepen mannenwereld. Met Nederlandse kickboksers in de documentairereeks K-1, Mylène knokt door. Vechtmachines als Peter Aerts, Ernesto Hoost en Lloyd van Dams werden mede door mijn uitzendingen mannen met wie ook een groter publiek zich kon identificeren. Ik toonde ze met hun kinderen en sprak over hun dromen, families, liefdes en onzekerheden. Het bewijs dat het lukte was een telefoontje van mijn zus. Type intellectueel, belezen, wars van sensatie, nog nét geen geitenwollen sok (sorry Michelle) maar het scheelt niet veel. “Wow, wat is die Ernesto een coole vent,” riep ze enthousiast door de telefoon. “Wat is het spannend! Ik hoop dat hij weer wereldkampioen wordt.” Mijn bek viel open. Mijn zus, die ineens naar gespierde kerels zat te kijken die elkaar verrot schoppen in een ring. 

Het bewijs was daar: onbekend maakt onbemind. En andersom. Nu zou ik hetzelfde gaan doen binnen de MC-wereld. Ik ging de Nederlandse burgers laten zien wat ik zelf al had ervaren. Dat de meesten van die in het leer geklede motormuizen ook gewoon burgers zijn. Het merendeel met banen, kinderen en gezinnen. Natuurlijk was het beter geweest als ik een andere ‘voorbeeldclub’ had uitgekozen. Ernesto Hoost en Peter Aerts waren uitstekende ambassadeurs van hun sport.

Klaas Otto, die Willem Holleeder in zijn club toeliet, was al veelbesproken voordat hij begon. Maar alle andere clubs waren tot dan toe nooit heel erg scheutig met informatie naar de pers toe en No Surrender, geleid door die kleurrijke ‘Generaal’, gooide de deur wijd open. Ik kon het niet weerstaan. Maar het was een vergis- sing. Het wrong aan alle kanten. Ik denk dat Klaas net zo verbaasd was als ik dat het zo snel ontspoorde. Ik ben exact tien dagen ‘president’ geweest (niet dat ik mezelf ooit zo heb gezien) en vrijwel niets ging vanzelfsprekend. Heb ik er spijt van? Absoluut niet. Ga ik voortaan alle No Surrender-leden uit de weg? Ook niet. Ik heb er schitterende kerels ontmoet (het meeste mis ik Mo, de barkeeper die altijd lacht), memorabele feesten meegemaakt en prachtige verhalen kunnen schrijven. Want saai was het  natuurlijk nooit. Ben ik door mijn nogal grimmige ervaringen met No Surrender anders naar MC’s gaan kijken? Eventjes, dat geef ik toe. Maar niet lang. Ik ben in mijn vroege jeugd een keer door een hond gebeten in mijn gezicht en belandde in het ziekenhuis. Dat heeft van mij ook geen hondenhater gemaakt.

Persoonlijk assistente Willem van Boxtel

We gaan terug naar 1991. Eigenlijk kennen we dan maar één motorclub in Nederland: de Hells Angels. Satudarah is net opgericht en kleine 1% clubs als Animals MC, Rogues MC, Demons MC en Waardeloos MC brommeren ook al rond door Nederland, maar daar hoor je niks over omdat ze geen gekke dingen uitspoken. De Angels, onder leiding van Willem van Boxtel, wel.

In 1991 is een populaire homoseksuele televisiepresentator zo onbesuisd om onaangekondigd met draaiende camera Angel Place in Amsterdam binnen te lopen. Zijn naam is Jan Lenferink. Hij krijgt klappen. Omdat Lenferink hun privacy schendt? Of omdat hij homo is? Of een combinatie van die twee? In 1993 is het weer raak na een kritisch stuk in Nieuwe Revu. Deze keer moet hoofdre- dacteur Hans Verstraaten het ontgelden. En in maart 2000 bezoeken ze de opnamen van Kopspijkers en slaan cabaretier Peter Heerschop op zijn smoel voor een grap die Jack Spijkerman had gemaakt. Een Hells Angel heeft er een broertje aan dood als hij in de maling wordt genomen, iets wat ik snel genoeg persoonlijk aan den lijve zal ondervinden.

Later dat jaar zijn Frits Barend en Henk van Dorp aan de beurt. Met een blauw oog biedt Henk van Dorp live op televisie zijn excuses aan over het feit dat hij de Hells Angels een criminele club heeft genoemd. Daar is een stevige matpartij aan voorafgegaan. Nederland is in shock. Niet lang na het veelbesproken bezoek van de Hells Angels aan Barend en Van Dorp wandel ik, tot enige ongerustheid van familie en vrienden, met cameraman/regisseur Martin Mulder Angel Place aan de Wenckebachweg te Amsterdam binnen. Niet met draaiende camera, we zijn ‘onbewapend’. We hebben een afspraak met Big Willem. Ik presenteer op dat moment het programma Mylène de la Haye P. A., waarin ik in een hysterisch en te kort mantelpakje mensen van aanzien assisteer. Het lijkt ons te gekke televisie als ik een dag lang de persoonlijk assistente van Big Willem mag zijn.

In dat mantelpak achter op de Harley Davidson. Naar een motortre en, hooggehakt en kleurig tussen al dat in zwart gekleed testosteron. En de grote baas dan tussen neus en lippen door vragen waarom al dat geweld tegen mijn collega’s noodzakelijk is en hoe het zit met criminaliteit binnen zijn club en of hij misschien ook een snui e cocaïne heeft voor zijn hardwerkende assistente. Martin en ik zien het helemaal zitten, al realiseren we ons dat het een project is met een zeer kleine slagingskans. De Hells Angels hebben (en dat is nog steeds zo) een haat-haatrelatie met de pers. Toch hebben Martin en ik een sprankje hoop. Aan de telefoon heeft Daniel Uneputty (dan nog de perso cier van Big Willem) ons namelijk laten weten dat Willem van Boxtel ‘niet afwijzend’ tegenover het idee staat, maar dat hij het nog met ‘de jongens’ moet overleggen. Martin en ik weten dus niet wat ons te wachten staat die avond.

Dit is slechts een piepklein voorstukje uit het blad. Wil je het hele verhaal over de ervaringen van Panorama-verslaggeefster Mylène de la Haye lezen? Koop dan de nieuwe Panorama hier of lees het in Blendle.

  • Redactie Panorama