Misdaadjournalist/schrijver Bas van Hout: ‘Ik ken geen slechter mens dan mijn moeder’

   4729  

Wijlen Casa Rosso-baas Zwarte Joop was ooit de reddende engel van een jonge Bas van Hout die werd mishandeld en verwaarloosd door zijn moeder. Bas werd de zoon die Joop nooit had. Televisiemakers willen er een dramaserie over maken waarbij Van Hout input levert. “Vooral om ervoor te zorgen dat ze hem niet neerzetten als een psychopaat.”

Vind je het zelf niet een klein wonder dat je geencrimineel bent geworden?

“Ik zie dat niet zo. Ik heb de omstandigheden gecreëerd, of kunnen creëren, waarbij het niet nodig was. Maar het had wel gekund. Als ik Joop niet tegen was gekomen, waren er niet veel opties geweest in mijn buurt. Maar hij hielp me op voorwaarde dat ik geen criminele dingen deed. Ik zag hem voor het eerst toen ik negen jaar was. In het café waar ik werkte.” 

Als negenjarige werkte je in een kroeg?

“Vergeet even alle wetten en regels die in de normale wereld gelden. De Amsterdamse Wallen waren een soort vacuümbubbel in de samenleving. Daar was alles anders.” 

Ook wat betreft ouderlijk toezicht?

“Ik zag mijn moeder soms weken niet. Als ik in de gracht was gevallen en ik was verzopen, dan was ze daar waarschijnlijk pas weken later achter gekomen. Mijn moeder bracht ons nooit naar school, maakte nooit ontbijt, deed nooit iets moederlijks voor mijn zus en mij. Ze was een gewelddadige alcoholist. Ze sloot ons dagenlang op in een kast waar we moesten poepen op een krant en piesen in zo’n melk es met een brede hals. Ze was slecht. Ik ken geen slechter mens dan mijn moeder.” 

En je vader?

“Op zich een goede man, helaas zonder ballen. Hij woonde in Monnickendam, als brave burger en we zagen hem nooit. Hij had mijn moeder met een honkbal- knuppel de gracht in moeten slaan en ons mee moeten nemen. Dat heeft hij nooit gedaan.”

En toen kwam Joop.

“Ja. Ik stond in die kroeg, Cul de Sac, en daar kwam een oerman binnen. In oerstemming. Grote kerel, grote baard, petje op en een reus vergeleken met mij. Waar ik erg om moest lachen was dat alle penozejongens zaten te bibberen aan de bar. Terwijl iedereen een pistool had. Dat wist ik, want ik zorgde voor die mensen, haalde hun eten, hun krantje, sorteerde soms hun drugs.”

Dit is een voorstukje uit het blad. Wil je het hele interview lezen? Bestel de nieuwe Panorama dan hier of lees het artikel in Blendle.

 

  1. de la Haye
  • Redactie Panorama