Zoon hoort dat pappa de doodstraf krijgt

   22318  

Alles had de familie van Ismael Enrique Arciniegas ervoor over om de Chineze overheid ervoor te behoeden hem de doodstraf te geven. Men bepleitte het lot van deze veroordeelde drusghandelaar bij de eigen Colombiaanse regering. En met liet op het moment suprême thuis in Cali zelfs journalisten toe op het moment dat de Chinezen bekend zou maken of de straf daadwerkelijk voltrokken zou gaan worden.

Arciniegas is in 2010 in China gearresteerd bij het invoeren van een grote partij van 4 kilo cocaïne in Guangzhou. De Chinese overheid hield hem sindsdien vast. In China staat voor een dergelijke vergrijp de doodstraf. Maar de Colombiaanse overheid zou eventueel kunnen bemiddelen, zo bepleitte de familie van Arciniegas. Zodra de Colombiaanse regering haar gewicht in de strijd zou gooien, zouden de Chinezen misschien inzien dat hun vonnis misschien wel wat erg extreem was.

Die hoop is nu voorbij. Gisteren hebben de Colombiaanse autoriteiten een ultimatum laten verstrijken waarop zij beroep konden aantekenen tegen de uitvoering van de doodstraf bij Arciniegas. Dat wil zeggen dat hij volgens de Chinese wet 'binnen enkele uren' zal moeten worden omgebracht, met een dodelijke pil, op de elektrische stoel, of voor een vuurpeloton.

In een allerlaatste poging om aandacht te krijgen voor hun zaak nodigde de familie van Arciniegas gisteren nog een groot bataljon journalisten uit om erbij te zijn op het moment dat de Colombiaanse overheid haar besluit tot het aantekenen van beroep bekend zou maken. Die familie woont in Cali. Een stad die bekend is vanwege de drugshandel. In beeld zien we de zoon van Arciniegas, Juan Jose Herrera, die eerst nog hoopvol de telefoon oppakt, maar daarna verslagen de pers te woord staat. In wat misschien wel de aller-allerlaatste poging is om zijn vader te helpen toont hij ook nog de tatoeage die hij op zijn borst heeft laten maken. Van zijn vader, uiteraard.

Lees een eerder artikel over Colombianen en de drugshandel van don Pablo Escobar. Hier.

 

 

 

  • M. Haas