Uít de bajes, ín de sexbizz: terug naar de Volendamse roots van Martin Kok

   26188  

Waar hebben we het vandaag eigenlijk over? Iedere dag lichten we een gespreksonderwerp uit waar je het met je collega's over kunt hebben. Want dat geklaag over de baas en het weer gaat natuurlijk ook wel eens vervelen. Vandaag: Martin Kok.

Vanochtend bereikte ons het bericht dat gisteravond laat een liquidatie had plaatsgevonden in Laren. Al gauw gingen alle alarmbellen rinkelen: het slachtoffer zou misdaadjournalist en ex-crimineel Martin Kok zijn. Dit is nog niet officieel bevestigd door de politie, maar alles wijst in de richting van de flamboyante Kok (49). Een ex-crimineel die het tot populaire misdaadjournalist schopte. Een opvallende verschijning, die opviel door zijn speelse karakter en onorthodoxe wijze van de misdaad verslaan. Juist dat is hem misschien wel fataal geworden. Hij zal, zeker bij de redactie van Panorama, gemist worden

In 2013 schreef onze verslaggever Mylène de la Haye het volgende verhaal over Kok. Een reportage die Martin Kok weergeeft zoals hij was. De pagina's zijn hier en hier te downloaden.

Uít de bajes, ín de sexbizz: Volendamse crimineel Martin Kok gaat met de billen bloot

Crimineel Martin Kok, bevriend met Dino S., Cor van Hout en Jan Boellaard, zat wegens doodslag, mishandeling en afpersing vijftien jaar vast. Nu hij vrij is, wil hij z’n escortbureau Vlinders.nl, dat hij een tijdje vanuit de gevangenis runde, weer legaal op de kaart zetten. Panorama gaat met hem terug naar zijn Volendamse roots.

“Voor die fa fa fa familie is het natuurlijk een dr dr dr drama. Maar iemand moet niet tussen mij en m’n ki ki ki ki kinderen komen. Dan ben je b b b b boos en denk je niet meer goe goe goe goed n n na.” Over z’n woorden struikelend probeert Martin Kok (44), alias Martin de Stotteraar, uit te leggen waarom hij Mike Priem, de vriend van z’n ex, nu elf jaar geleden vijf kogels door z’n lijf joeg, waarvan twee door z’n hoofd. “Het was h h h hij of ik. Kijk maar hier op de foto. Hij was bewapend.” Martin Kok slaat een laptop open en toont een foto van een bebloede hand met daarin een schroevendraaier geklemd. Op een andere foto is het levenloze lichaam van Priem zien, z’n hoofd paars en opgezwollen. “M’n ex had de omgangsregeling met mijn kinderen éénzijdig opgezegd. Ik kwam de kinderen ophalen en hij bemoeide zich ermee. Ik wilde alleen maar m’n doel bereiken, ik was boos. Spijt heb ik niet. Voor hem was het voorbij. Voor mij niet.”

In het huis van zijn vriendin Denise (26), die hij nu zeven weken kent en met wie hij samenwoont, vertelt Martin Kok dat hij drie maanden geleden is vrijgekomen. Vijftien jaren van zijn leven hebben zich achter gevangenismuren afgespeeld. Dat is het netto gedeelte van de 23 jaar gevangenisstraf die hij kreeg opgelegd voor twee keer doodslag, zware mishandeling en een aantal afpersingszaken. Martin mag er met z’n jongensachtige charme niet zo uitzien maar hij is, zoals je dat noemt, een zware jongen. Zelf noemt hij zich liever ‘een boefje’.

Nu bulkt hij van de goede voornemens. Geen incassootjes (lees afpersingen) en gekkigheid meer en het koppie erbij houden. “Ik ben ook wat ouder en wijzer geworden,” zegt hij. “Ik heb al sinds 1994 een escortbureau, Vlinders, en dat ga ik nu weer op de kaart zetten; een doorstart maken. Het is een volledig legale en keurig geregistreerde onderneming geworden, kijk maar.” Trots laat hij de Kamer van Koophandel-papieren zien van zijn escortbureau en de pas vernieuwde website www.vlindersescort.nl. “Ik heb me maar niet ingeschreven in Amsterdam, want daar heb je een vergunning nodig en zit bovendien meteen die bibob-wet in je nek. Wettelijk gezien ben ik een artiestenbureau. Behalve meisjes kun je bij mij ook Nederlandstalige artiesten boeken, zoals Dries Roelvink en Dario. Als de hoge heren het willen, kan ik al mijn meisjes wel een spoedcursus karaoke geven, dan zijn het allemaal artiesten. Met of zonder kleertjes aan, haha.”

Paling en cocaïne

De voordeur gaat open en Martins kersverse vriendin Denise komt binnen, een opgewekte blondine met een ontwapenend meisjesgezicht. Op de vraag of Denise ook in de ‘stal’ van Martin zit, glimlacht hij geheimzinnig. “Dat moet je maar aan haar vragen.” Het blijkt niet zo te zijn. “Ik doe soms wel een escortje voor de lol,” zegt ze. “Maar niet voor hem. Puur voor mezelf.” Martin heeft er geen problemen mee dat zijn vriendin zo nu en dan een centje bijverdient. “Ik ben niet jaloers,” zegt hij, “dat mag ze helemaal zelf weten. Wat maakt het uit? Een washandje erdoor en dat ding is weer als nieuw. Er zit ook geen kilometerteller op. Als dat zo zou zijn, was die van haar allang stuk, haha.” Denise kijkt vertederd naar Martin. “Het is een geweldige kerel, ik kan vreselijk met hem lachen,” zegt ze. “Ik heb ook een behoorlijk verleden en een gewoon burgermannetje zou niks voor mij zijn. Die zou dat allemaal niet begrijpen. Over mijn escortwerk hoef ik bij hem niet te liegen.”

Dat Martin twee levens op z’n geweten heeft, was schrikken voor Denise, maar ze is niet bang voor een toekomst met hem. “Hij heeft het me gelukkig zelf verteld en toen heb ik twee vragen gesteld: ben je er trots op? En heb je er spijt van? Als hij had gezegd dat hij er trots op was, was ik zo weggelopen. Dat hij er geen spijt van heeft, snap ik wel als ik zijn kant van het verhaal hoor.”

‘Boefje’ Martin Kok, zoon van een horecafamilie, groeide op in het idyllische Volendam, waar hij al als 15-jarig visverkopertje geïntrigeerd raakte door maffiabaas Jakkie Stroek, mede-eigenaar van de hasjkotter De Lammie en een bekende van Klaas Bruinsma. “Als jongetje kwam ik al op de Amsterdamse Wallen in m’n Volendamse pakkie. Dat vonden die kerels hartstikke leuk. Ik wilde graag met de boeven mee. Ze hadden mooie huizen, mooie auto’s en spannende verhalen. De paling bracht ik naar Amsterdam, naar Klaas Bruinsma, Zwarte Joop en Dikke Charles en de cocaïne nam ik mee terug naar Volendam. Ik heb destijds dat hele dorp volgegooid met coke. Toen ik 15 was, liep ik al met duizenden guldens op zak. Die gingen keihard over de balk, want als m’n moeder m’n kleren in het weekend waste, mocht ze die poen natuurlijk niet vinden.”

De jonge Martin Kok kreeg steeds hechtere banden in het criminele circuit. “Ik ging en ga graag met boefjes om. Die zijn kleurrijk en hebben spannende verhalen. Gewone mensen vind ik saai. Waarover moet je met hen praten? Politiek? Het weer? De beurs? Niks aan toch?” Hij vouwt een vergeeld Telegraaf-krantenknipsel open. ‘Wild Westen in Volendam’ staat erboven het artikel, dat dateert uit 1989. De rechtbanktekening toont drie mannen in de beklaagdenbank.

Naar het graf van Van Hout

“Kijk,” wijst hij aan, “hier Dino S., dit is Joop van der Loon en dit ben ik.” Te lezen is dat het drietal, Martin slechts 21 jaar oud, ene Peter Giesbergen heeft aangevallen en dat die vier dagen later aan zijn verwondingen is overleden. Dat Giesbergen ‘geen lieverdje’ was, staat ook vermeld. “Peter zat in een jeugdbende,” zegt Martin, “die iedereen in elkaar timmerde. Hij had met z’n maten mijn jongere broertje Ruud het ziekenhuis in geslagen. Ze hadden zo hard getrapt dat één oogbal helemaal uit z’n kas was gekomen. Dat is later teruggezet. M’n ouders durfden geen aangifte te doen. Drie weken later kwamen we Giesbergen tegen in de Blokhut in Volendam, onder het Hemeltje waar die brand was, en sloegen hem verrot. Hij heeft nog vier uur op straat gelegen voordat z’n vader hem naar het ziekenhuis bracht, omdat niemand hem wou meenemen, zelfs de dokter niet, zo’n etter was het.  Twee dagen na die vechtpartij werd ik aangehouden voor een alcoholcontrole in Volendam en toen bedankte één van de agenten me zelfs dat ik die klootzak een pak slaag had gegeven. Maar ja, toen hij stierf, werd ik van m’n bed gelicht. Ik kreeg vijf jaar, waarvan ik in totaal drie jaar, vier maanden en één dag heb gezeten. Dino en Joop gingen in hoger beroep en kregen vier jaar. Dino stond trouwens buiten te trillen op z’n benen toen ik met die kerel bezig was. Ik heb hem doodgeslagen met die barkruk, niet Dino.”

Later, toen Dino, Joop en Martin hun straf hadden uitgezeten, werd Martins broertje Ruud onder vuur genomen door Jack S., een vriend van Peter Giesbergen. Vijf kogels waren raak, maar hij overleefde het. Jack S. kreeg vijf jaar. “Ik ga daar geen actie meer op ondernemen,” zegt Martin. “M’n broer mag nu zelf weleens iets doen vind ik.”

Na zijn eerste gevangenisstraf begon Martin Kok zijn escortbureau Vlinders. “Vernoemd naar het boek Papillon dat door iedereen wordt gelezen in de bajes.” Regelmatig vergezeld van Cor van Hout, zijn favoriete Heineken-ontvoerder en grootste afnemer van ‘meisjes’, bestierde hij het bureau een tijdlang vanuit het prestigieuze Hotel Okura in Amsterdam. “Met Cor kon je verschrikkelijk lachen, dat was een geweldige kerel. Willem Holleeder is qua persoonlijkheid vergeleken bij Cor van Hout een enorme homo, die ze in de pers omhoog hebben geschreven. Cor kon vermoeiend en veeleisend zijn, hij was een behoorlijke alcoholist, maar geweldig grappig. Uiteindelijk hebben we na een zakelijk meningsverschil onze vriendschap beëindigd, bang dat het anders uit de hand zou lopen.

Cor kwam alleen te staan, had te veel vijanden. Dat werd z’n einde helaas. Z’n graf bezoek ik geregeld en ik denk dan terug aan onze gouden tijd in het Okura. We huurden de mooiste suites af, zaten lekker in het barretje boven Japans te eten terwijl m’n meisjes klanten ontvingen. ’s Nachts sliepen we zelf in die suites. We hebben daar de meest fantastische taferelen meegemaakt. Op een gegeven moment was één van onze klanten, een heel dikke kerel, door het bed gezakt, misschien ook omdat hij er samen met drie meiden in lag. Helemaal doorgesnoven moest hij verplaatst worden. Dus daar stonden we met hem in de lift, alleen een handdoek om z’n middel, drie giechelende halfnaakte meiden eromheen, een ontbijtbord vol coke onder z’n neus, op weg naar een andere kamer. Leg dat maar eens uit als de liftdeuren opengaan en zo’n keurige hotelgast wil instappen.”

Het ging een tijdlang goed in het Okura, maar op een gegeven moment kregen de heren Van Hout en Kok toch het ‘vriendelijke verzoek’ te vertrekken na een voorval met een hotelcontroleur van een Frans blad dat Michelin-sterren uitdeelde. “Wisten wij veel dat die kerel daar was om dat hotel te keuren. Hij zat bij ons in het barretje met een heel jong meissie. Cor had in Frankrijk in de bajes gezeten en verstond goed Frans. Hij hoorde dat die kerel erg naar deed tegen dat meisje. Toen hij het niet meer aan kon horen, gaf hij één van z’n bodyguards opdracht die kerel een klap in z’n nek te geven. Die vent klaagde daarover bij de directie en dat was het einde van onze tijd in het Okura.”

Met een samoeraizwaard

En dan, na een korte adempauze, zegt Kok: “Kom, we gaan naar Volendam. Even een foto in klederdracht maken. Is toch leuk voor op de foto? Dan kunnen Denise en ik even een geintje uithalen in die fotostudio.” Op weg naar Volendam, vertelt Martin over de tweede keer dat hij in de gevangenis terechtkwam na een ‘akkefietje’ met ene Monto Oosterchrist, een bokser uit Hoorn. Het is een Pulp Fiction-scène waardig. “Prima gozer die Monto, met wie ik het prima kon vinden, maar op een avond was hij zo naar de tering van Jägermeister en coke dat hij ruzie met me zocht. In het halletje van m’n huis trok hij, helemaal doorgesnoven, een pistool en vuurde vijf kogels op me af, vanaf één meter afstand. Wat denk je? Allemaal mis! Ik greep een samoeraizwaard dat aan de muur hing, en haalde uit. Omdat het daar smal was en ik ook niet meer helemaal nuchter was, raakte ik eerst de muur, daarna z’n hoofd en daarna z’n hand. Hij zwaard was vlijmscherp en er was een snee in z’n hoofd, een jaap in z’n pols en z’n hand lag er half af. Monto kreeg aanvankelijk vijf jaar en ik een paar maanden, maar later zijn we vrijgesproken omdat niet bepaald kon worden wie er was begonnen. Vanaf dat moment droeg ik altijd een wapen bij me.”

In Volendam loopt Martin Kok breed lachend over straat en begroet hier en daar oude bekenden. “Niemand gaat weg uit dit dorp,” zegt hij. “Ze blijven allemaal bij hun moeder wonen totdat ze verkering hebben en blijven tot hun dood hier hangen. Het lijkt wel een sekte. Ik ben de enige die naar Amsterdam is gegaan, godzijdank.” Bang voor oud zeer hier op straat is hij niet. “Ik ben wel een keer, samen met Jan Boellaard, Johan Giesbergen tegen gekomen, de broer van de jongen die we hebben doodgeslagen. Boellaard en ik waren net op proefverlof en het was kermis in Volendam dus wij erheen. Ik was koud 100 meter die kermis opgewandeld, of die Johan vliegt me aan. Jan en ik stompen die kerel onder de zweefmolen en vragen hem of hij z’n broer achterna wil. Daarna heb ik nooit meer last van hem gehad.”

Bajesstreken en Kamervragen

Toen Martin Kok in de gevangenis zat, weerhield dat hem er niet van om:

1. Nog zeven jaar door te gaan met het runnen van z’n escortbureau: “M’n medegevangenen hadden daar ook veel plezier van. Dan regelde ik een meisje die dan eerst twee keer normaal op bezoek kwam, waarna ze recht hadden op BZT (bezoek zonder toezicht), omdat ze dan zogenaamd z’n vriendin was. Dan konden ze dus sex hebben. Ik werd meestal betaald in spullen.”

2. Een foto van Holleeder uit de gevangenis te laten smokkelen. “Ik had de gevangenisdirecteur wijsgemaakt dat ik een fototoestelletje nodig had voor een knutselproject, iets heel kunstzinnigs. Iemand anders heeft de foto’s toen voor me naar buiten gesmokkeld.” Later heeft hij van die foto ook nog een Holleeder-postzegel laten maken.

3. Een website de lucht in te krijgen waarop het 112 geluidsfragment stond van z’n ex die in paniek belt om te vertellen dat haar vriend wordt doodgeschoten en waarop de fatale schoten ook te horen zijn. Ook de foto’s van het levenloze lichaam van Priem staan erop. “Dat was puur een bron van inkomsten. Ik had 40.000 bezoekers per dag en die konden dat fragment en de foto’s dan voor 80 cent downloaden.” Inmiddels is de gewraakte site uit de lucht.

4. Een foto de gevangenis uit te laten smokkelen waarop te zien is hoe hij en andere criminelen (weliswaar alcoholvrij) bier drinken en feestvieren. “Je verveelt je natuurlijk op een gegeven moment in de gevangenis en gaat dan Pietje Bell-streken leveren. Lachen toch?”

5. De gevangenisdirectie wijsmaken dat hij overtuigd jood was zodat hij koosjer voedsel kreeg, wat veel lekkerder was dan ‘de troep die andere gevangenen moesten eten’. “Ik liep de hele dag met een petje met een davidster op, al was het alleen maar om die mannen met baarden en soepjurken van de Hofstadgroep te kunnen treiteren. Terroristen terroriseren vond ik een grappig idee.”

Over punt 1 tot en met 4 zijn Kamervragen gesteld.

‘Boellaard werd bajesmaf‘

Martins langste gevangenisstraf is die voor de moord op Mike Priem geweest, de vriend van z’n ex en moeder van z’n twee zoons. “Ik kan heel goed zitten en word daar niet anders van. Jan Boellaard wel, die is bajesmaf geworden en zit nu onder de pillen. Dat kun je heel goed zien op foto’s die ik van hem heb. Het liefst zat ik alleen in m’n cel omdat de criminelen die je in de gevangenis tegenkomt voornamelijk junkies, mongolen, veelplegers of fietsendieven zijn. Ik amuseerde me wel of verzon dingetjes om bezig te blijven. Vier keer hebben mijn stunts tot Kamervragen geleid (zie kader, red.). Ik heb altijd met opgeheven hoofd m’n straf gepakt en ben nooit in hoger beroep gegaan. Je moet je verantwoordelijkheid zonder zeuren nemen.”

Na de fotoshoot in klederdracht waarbij Martin heel graag even aandacht wil voor de mooiste billen van het westelijk halfrond, namelijk die van z’n vriendin Denise, is de laatste afspraak van vandaag met de eigenaar van een bordeel waar Martin, zolang hij nog in de opstartfase van z’n bedrijf zit, meisjes van mag ‘lenen’. “Ik ga me qua klanten vooral richten op het boevensegment. De meeste escortbureaus willen keurige zakenmannen, maar dat zijn uurtjesgasten, dat schiet niet op. Die willen ook altijd waar voor hun geld. Ze hebben betaald dus ze moeten neuken. Criminelen zijn over het algemeen guller en niet zo veeleisend voor die meiden. Voor hen is het statusverhogend om hoertjes om zich heen te verzamelen, dus vaak bestellen ze er meer dan één, puur voor de sfeer.

Drugs dealen doe ik niet meer. Geen handige business, want je hebt alleen maar met mongolen te maken die nooit geld hebben, altijd op de pof willen bestellen en dan moet je weer achter je poen aan. Met een escortbureau ben je vrij en het is makkelijk verdienen. Ik vraag 150 euro per uur, daar krijgen de meiden er 60 van. De chauffeur betaal ik. De meiden moeten een VAR-verklaring hebben, anders neem ik ze niet aan, en ze sturen me keurig netjes een factuurtje voor de uurtjes die ze hebben gemaakt.”

In het bordeel is het zo donker dat we de zwaar getatoeëerde beheerder van de zaak eerst alleen maar kunnen horen. Met sonore stem laat hij weten allerminst blij te zijn met de aandacht van Panorama. “We willen niet geassocieerd worden met criminelen. Dat is niet goed voor onze naam. Jullie mogen wel naar binnen voor een foto, maar jullie moeten een verklaring tekenen dat jullie deze club niet noemen. Op dat soort reclame zitten we niet te wachten.”

Martin vindt het allemaal maar grote nonsens. “Kunnen ze een beetje gratis reclame krijgen, doen ze ’t niet. Elke reclame is toch goede reclame? Ze snappen er niets van.” De getatoeëerde brombeer heeft ook geen enkel meisje bereid gevonden om met Martin in het bubbelbad te stappen voor een hoer-en- pooierfoto. Nee, ook die Oost-Europese blondine achter de bar niet. Met een hondenblik kijkt Martin zijn vriendin Denise aan die ook niet echt staat te popelen om haar vriend hierin te volgen. Uiteindelijk zwicht ze. “Maar dan moet je ook dat kleine apparaat van jou laten zien,” grinnikt ze terwijl ze zich uitkleedt. “Ja, ja,” lacht Martin. “Alsof Panorama daarop zit te wachten. Kom nou maar lekker bij me in bad zitten, schatje. Ik heb geen taboes en m’n meisje ook niet. Gewoon lekker jezelf zijn, da’s altijd het beste.”

  • Y.M. Osterloh