Misdaadklassieker: de Turkse maffia zit diep in de Nederlandse onderwereld

   18466  

Voor de misdaadklassieker van deze week gaan we terug naar Panorama nr. 05 in 2015 wanneer verslaggever Mick van Wely de Turkse maffia in Nederland in kaart brengt. Hoogst actueel nu topcrimineel Zekeriya K. samen met zijn groepering terecht staat aan de rechtbank van Breda. Zie hier.

Bloedlink: de Turkse maffia zit diep in de Nederlandse onderwereld

Op Kerstavond 2014 werden in Istanbul de Turkse topcrimineel Vedat Sahin en verdachte Ali Akgün uit het Amsterdamse liquidatieproces Passage geliquideerd. De twee hadden grote invloed op de drugshandel in en naar Nederland. Vooral voor de Sahin-groep siddert en beeft iedere Turkse crimineel.

Iets over half elf 's avonds op 24 december 2014 rijdt in Istanbul een auto langs een straat met winkels. Camera's leggen vast hoe een man met een pistool uit het raam drie mensen die op de stoep lopen, onder vuur neemt.

Aan de linker achterzijde van de wagen stapt dan een andere man uit. Hij neemt over het dak van de auto de mannen nog eens met een machinegeweer rustig onder vuur. Vedat Sahin (48), de jongere broer van de Turkse topcrimineel Sedat, en zijn lijfwacht Ferdi Topal (33) hebben geen schijn van kans. Ze sterven door de kogelregen.

De liquidatie volgt op die van de Amsterdammer Ali Akgün (40) eerder die dag. Ook hij werd doorzeefd, wachtend in zijn kapitale Bentley voor een stoplicht. Twee spectaculaire Turkse afrekeningen binnen 24 uur maken een einde aan het leven van mannen die justitie in zowel Nederland als Turkije op de korrel had.

Tegen Akgün, hoofdverdachte uit het Amsterdamse liquidatieonderzoek Passage, werd in mei 2012 nog levenslang geëist. De man die vier decennia geleden werd geboren in Alkmaar mocht de uitspraak in het monsterproces in vrijheid afwachten. Hij vluchtte naar Turkije waar hij een kapitale villa in Istanbul betrok. De man werd uiteindelijk in het liquidatieproces alleen veroordeeld voor witwassen en vrijgesproken van het opdracht geven voor moord op onder meer Thomas van der Bijl (2006) en Kees Houtman (2005) en lidmaatschap van een criminele organisatie.

Ali gaf min of meer toe tijdens het liquidatieproces dat hij in de drugs zat en contact had met hoofdrolspelers uit de Amsterdamse onderwereld, maar met de afrekeningen had hij niets te maken. Akgün kreeg anderhalf jaar cel opgelegd. Deze 18 maanden had hij al in voorarrest gezeten. Bijna drie jaar zat hij in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught.

Maar met deze strafoplegging was het nog niet gedaan voor 'Ali Chemicali' zoals Akgün werd genoemd vanwege zijn betrokkenheid bij de handel in drugs. Want ineens was daar de biecht van kroongetuige Fred Ros. Het hoger beroep zag er daarna een stuk beroerder uit voor Akgün.

Kort voor zijn liquidatie in Istanbul werd hij ook nog eens gewaarschuwd voor een afrekening, zo vertelt zijn advocaat Nico Meijering tijdens een hoger beroepzitting van Passage op 15 januari dit jaar.

Het is gissen naar de opdrachtgever van de moord op Akgün. Kwamen de kogels uit de hoek van iemand die hij zelf zou hebben willen laten omleggen? Of moeten we de schutters zoeken in een hele andere richting: namelijk opponenten van de eveneens doodgeschoten Vedat Sahin en zijn broer Sedat?

Vedat Sahin en Ali Akgün kenden elkaar goed. Dat de twee binnen 24 uur in Istanbul werden omgelegd, kan bijna geen toeval zijn. De broers Sahin zijn mannen uit het hoogste echelon van de Turkse ‘narcoboeven’. Mannen die in heel Europa actief zijn in het criminele milieu.

Wie is Vedat Sahin?

Vedat Sahin verliet in 2004 de bajes in het Turkse Nigde. Hij had bijna zes jaar gezeten voor een liquidatie in 1996. Samen met zijn broer Sedat werd hij in 2005 opnieuw gearresteerd in het kader van de operatie ‘Tulp’. De twee waren diep in het politie- en justitieapparaat geïnfiltreerd. Zo bleken ze goed op de hoogte te zijn van onderzoeken naar hen en naar bevriende criminelen. De broers hadden een stevige grip op het nachtleven in Istanbul. Ze bezaten clubs en persten ook volgens justitie clubeigenaren af. Zeker drie landgenoten zouden in opdracht van de broers zijn geliquideerd.

Vedat en Sedat worden in Turkije tot meermalen levenslang veroordeeld voor het opdracht geven voor diverse moorden, afpersing, vrijheidsberoving, leiding geven aan een criminele organisatie en diverse geweldsdelicten. Het gerechtshof maakt echter gehakt van de uitspraak en legt veel lagere straffen op. De broers komen rond 2013 weer op vrij voeten.

Vedat Sahin zou ook actief zijn geweest in het Rotterdamse en Amsterdamse criminele milieu. Over zijn rol in Nederland is vrij weinig bekend. Hij was wel in beeld bij justitie in Nederland.

“Vedat Sahin was voor ons een bekende. Hij is in verband gebracht met de handel in heroïne. Net zoals veel andere Turkse criminelen zou hij opbrengsten uit de drugshandel hebben witgewassen in Turkije. Geld werd vooral geïnvesteerd in hotels,” zegt een woordvoerder van het landelijke parket van justitie. Of Sahin in Nederland ooit veroordeeld is, wil hij niet zeggen.

De begrafenis van Vedat Sahin op 26 december is exemplarisch voor de positie van de broers Sahin en de nauwe verwevenheid tussen onder- en bovenwereld in Turkije. Een privévliegtuig vervoert Sahins lichaam van Istanbul naar Samsun. Vanuit deze plaats aan de Zwarte Zee in het Noorden van Turkije wordt het stoffelijk overschot in een konvooi met 300 auto’s naar de geboorteplaats van de crimineel gebracht: het vijftig kilometer noordwestwaarts gelegen Bafra. Lokale politici zoals burgemeesters behoren tot de duizenden mensen die Sahin een laatste eer bewijzen.

De groep Sahin voert al bijna twintig jaar lang een vete uit met de Saral-organisatie: een groep machtige en meedogenloze drugscriminelen. De oorlog kostte het leven aan bendeleden in Turkije, Italië en Duitsland. Het antwoord op de vraag wie verantwoordelijk is voor de liquidatie van Akgün en Sahin in Istanbul op Kerstavond, kan wel eens liggen bij dit conflict met de Saral-groep. Justitie in Turkije onderzoekt de link tussen de twee liquidaties.

Ondertussen speculeren de Turkse media erop los. Ze beroepen zich op bronnen bij politie en justitie. Het verhaal komt hierop neer: het conflict gaat over vier miljoen euro aan drugsgeld die Akgün jaren geleden mee zou hebben genomen uit Nederland. Een compagnon in Nederland werd door hem belazerd. De vier miljoen waren mogelijk de inzet van de liquidaties. Akgün werd beschermd door de Sahin-groep. De Saral-groepering doodde daarom niet alleen Akgün, maar daarna meteen ook Vedat Sahin om even duidelijk te maken wie de baas is.

Maar is dit werkelijk de reden? Er is namelijk ook een tweede scenario mogelijk. Dat Akgün juist een protegé was van de Saral-clan. Dan zou de groep rond Sahin juist Ali Akgün hebben neergeschoten en werd Vedat Sahin kort daarna als vergelding geliquideerd door de Saral-groepering.

De Sahin-groep in Nederland

Maar hoe zit het nou precies met de activiteiten van de Sahin-groep in Nederland? Is er dan niets concreets? Ja, dat is er zeker wel.

Een kleine tweeënhalf jaar voordat de kist met het lichaam van Vedat Sahin zachtjes de bodem van het vers gedolven graf in Bafra raakt, zijn politie en justitie in Brabant in rep en roer. Tussen half juni en half september 2012 worden drie liquidatiepogingen ondernomen in Tilburg (twee keer) en Goirle. Een bende van zware, Turkse criminelen neemt in rap tempo de macht over in Tilburg en Rotterdam.

Op 22 juni dat jaar rukt de politie in Tilburg uit voor een schietpartij.  De Turkse drugscrimineel Murat K.  wordt beschoten en overleeft de aanslag maar net. Kort na de aanslag wordt zijn vrouw benaderd door een man die een boodschap heeft voor Murat. Hij waarschuwt hem niet te gaan praten met de politie. Die waarschuwing is niet nodig. K. is doodsbang en praat niet.

Op 6 juli vindt in Goirle een schietpartij plaats waar wederom een Turk bij betrokken is. Als Ibrahim I. 's avonds de deur van zijn huis opendoet staat een gewapende man tegenover hem. De twee raken meteen in gevecht, waarbij I. door de man wordt beschoten. De schutter rent weg. Deze I. praat wel. Aan agenten vertelt de doodsbange Turk dat de schutter tot een zware criminele groepering behoort. Hij noemt de naam Sahin en omschrijft de bende.

Ibrahim I. heeft het over een man in een rolstoel, Zekeriya K. Hij wijst hem aan als onbetwiste leider in Nederland. I. weet dat praten zijn kop kost. De angst regeert. Hij zegt: “Ze kunnen ons makkelijk uit de weg ruimen.” Volgens hem loopt ook zijn gezin gevaar. De beschoten Ibrahim I. zegt dat hij is afgestraft omdat hij een lid van de organisatie van de man in de rolstoel, Zekeriya K. heeft geslagen. Een kwestie van eerherstel dus. Verder beschrijft hij Zekeriya K., die hij consequent 'de leider' noemt, als een man die permanent een hofhouding van drie mannen bij zich heeft. Ze verzorgen hem en beschermen hem. Ook heeft de groep volgens de man veel meer Turken beschoten en mishandeld in Tilburg en andere steden in Nederland.

Wie is Zekeriya K.?

Langzaamaan gaan meer Turken praten met de politie over Zekeriya K. Een Tilburger omschrijft in het dossier de ene vaste helper van K. als de ‘hersens’ en de ander als ‘zijn armen en benen’. Zekeriya K. krijgt zo een bijna mythische status.

Na de twee schietpartijen volgt een liquidatiepoging in Tilburg. Doelwit bij de derde schietpartij in de Kapelmeesterlaan in Tilburg op 11 september 2012 is Mustafa G. (44). Rond één uur ’s nachts wordt hij op straat bij een flat beschoten. Flatbewoners zien hoe een man op zijn hoofd richt, enkele malen schiet en wegrent. Mustafa G. weet zich naar de deur van de flat toe te slepen, waarna bewoners de politie en ambulance bellen. G. ligt wekenlang in coma, maar overleeft de ernstige schotwonden aan zijn hoofd en middenrif door een wonder.

De recherche Tilburg zet een Team Grootschalige Opsporing (TGO) op dat de naam Kapel draagt. De politie is verontrust over de signalen vanuit het Turkse criminele milieu over Zekeriya K. en zijn mannen en zet groot in. De Regionale Inlichtingen Dienst (RID) Zeeland-West-Brabant duikt het gesloten Turkse criminele milieu in en stuurt een verslag aan het Kapel-team met de volgende inhoud: Zekeriya K. is de neef van Sedat Sahin. Laatst genoemde is de topman van  een internationale Turkse , criminele organisatie die vanuit Turkije aanstuurt. In Tilburg gebeurt NIETS zonder medeweten van K. en dus Sahin.

In het vertrouwelijke onderzoekdossier dat Panorama heeft ingezien, meldt de RID verder dat ‘de groep ook actief is in andere steden in Nederland, maar Tilburg de belangrijkste basis lijkt te worden.’ De inlichtingendienst vogelt uit dat de ‘groep rond Zekeriya K.’ een monopolie aan het opeisen is op het gebied van drugshandel, gokken en geweldpleging. De Turkse gevestigde orde in Tilburg vlucht letterlijk de stad uit. Ze zijn doodsbang voor Zekeriya K., omdat ze weten dat hij een beroep kan doen op de groep Sahin. Deze familienaam doet iedereen sidderen en beven.

Wat doen de man in de rolstoel Zekeriya K. en zijn ‘soldaten’ dan precies? Uit de vele gesprekken die de RID met de Turken heeft gevoerd komt de volgende manier van werken naar voren. Aanvankelijk benaderen ze criminelen en ondernemers uiterst vriendelijk en correct, waarna ze een verzoek neerleggen.

‘Inmiddels weet iedereen dat dit verzoek gezien moet worden als een eis. Men treedt keihard op en stelt zogenaamde voorbeelden indien de verzoeken niet worden gehonoreerd of naar tevredenheid worden afgehandeld,’ zo staat in het proces-verbaal van de RID.

Het is het verhaal van een ‘aanbod dat je niet kunt weigeren’ of ‘an offer you can’t refuse’, uit de film De Godfather. Maar nu bittere realiteit. De drie liquidatiepogingen zijn voorbeelden van de consequenties die het weigeren kan hebben. De Turkse criminelen met wie de RID in het diepste geheim praat stellen dat hier een serieuze dreiging speelt. Bij justitie moeten ‘nu echt alle alarmbellen gaan rinkelen' en justitie moet 'echt doorpakken’, zo staat beschreven in de dossiers van de RID.

Uit die dossiers blijkt dat Zekeriya K. (43) volgens justitie een groep leidt van tien mannen. Het zijn allemaal Turken in de leeftijd van 23 tot 48 jaar. Sommige zijn geboren in Turkije, andere in Nederland. Alle tien hebben antecedenten op het gebied van drugs- en geweldsdelicten. Twee van hen, waaronder de leider Zekeriya K., zijn eerder veroordeeld voor moord- en doodslag. K. zat een straf uit van elf jaar. Hij zit in een rolstoel dankzij een schot uit een pistool van een lid van de rivaliserende Saral-groep. K. raakte verlamd door de kogel.

De tijd dat Turkse drugscriminelen zich vooral concentreren op de handel in heroïne is allang verleden tijd. Wiet is core-buisiness geworden, maar ook de handel in xtc floreert. Twee van de mannen uit de groep Sahin worden in november 2011 gepakt op vliegveld Zaventem in België, met 35 kilo xtc in een koffer. In Turkije wordt op dezelfde dag nog zo'n koffer vol pillen onderschept. De twee zouden contact houden met Zekeriya K. en een andere Turk uit Tilburg. De laatste is in beeld bij de recherche vanwege een heroïnetransport van Nederland naar Duitsland, waar hij bij betrokken zou zijn geweest.

'Pak hem als een vrouw'

Een fraaie anekdote die het machtsvertoon en de hiërarchie in de organisatie illustreert, is het conflict tussen Zekeriya K. en Ramazan ‘Jimmy’ G. uit Tilburg. Tijdens een ruzie over geld zou Ramazan G. zich beledigend hebben uitgelaten tegenover K. Die zet zodra Ramazan in Istanbul is een strafexpeditie in de Turkse hoofdstad op.

Een groep mannen moet Ramazan, zo hoort de politie, ‘pakken als een vrouw’. Daarna moeten de mannen hem lippenstift opsmeren, een minirok aandoen en hem achterlaten ergens in Istanbul. Een ultieme vernedering. Of dit ook is gebeurd, wordt niet duidelijk. Vast staat wel dat een lid van de groep van Zekeriya K. die dit weigert te doen, meteen de organisatie uit eigen beweging verlaat.

In oktober 2013 denkt de politie na het tappen en horen van slachtoffers en verdachten genoeg informatie te beschikken om de groep rond Zekeriya K. op te pakken. Justitie wil niet wachten: de kans op meer geweld is zeer groot en dat moet voorkomen worden. K. is bij zijn aanhouding in Antwerpen door een arrestatieteam in het bezit van een doorgeladen vuurwapen. Bij de negen andere Turken in België en Nederland worden nog zeven vuurwapens gevonden.

Een zeer interessant hoofdstuk in het dossier Kapel gaat over de macht van de groep Sahin en Zekeriya K. Onder het kopje ‘Onderwereld-bovenwereld: hoe ver reikt de macht?’ beschrijft de recherche hoe de  leden van de groep door heel Europa reizen en op allerlei niveaus contacten onderhouden.

In een getapt gesprek van K. praat hij met een onbekend persoon over het aantal leden van de organisatie dat vastzit in verschillende landen. Dat zijn er dan 25. De man met wie K. belt zegt dat hij K. en Sedat Sahin kan introduceren bij een adviseur van de Turkse premier premier Tayyip Erdogan. Tot de top van het Turkse landsbestuur dus. De onbekende persoon legt uit dat Erdogan maffiabaas Sahin een ‘aardige man’ vindt. Sahin is door Turkse media al eerder omschreven als een man met zeer goede contacten bij politie, justitie en politici. (zie kader)

Het is wat ook wel in Nederland gebeurd. Turkse criminelen proberen zichzelf of stromannen op respectabele maatschappelijke posities te krijgen om zo invloed te vergaren en geld wit te wassen. Posities in de politiek, bedrijfsleven of besturen van verenigingen. Voorbeeld is de oud-voorzitter van de Amsterdamse topvoetbalclub Türkiyemspor, Nedim Imaç. Hij gebruikte de club als witwasmachine. De heroïnehandelaar, die bevriend was met Ali Akgün, werd in 2007 geliquideerd.

Vorig jaar deed de politie in Delfzijl onderzoek naar een Turks raadslid. Kort nadat hij de raad verliet, werd Ihsan S. opgepakt voor drugshandel en uitbuiting. Hij zou de delicten hebben gepleegd toen hij nog raadslid was.

Het proces tegen Zekeriya K. en zijn mannen is inmiddels begonnen. Een maand voor de liquidatie van Vedat Sahin in Istanbul op 24 december 2014, rijdt de parketpolitie in de zwaar beveiligde rechtbank van Rotterdam de ijzig om zich heenkijkende K. in zijn rolstoel naar binnen.

Hij knipoogt wat naar mannen op de publieke tribune en zwijgt de rest van de pro forma-zitting. Af en toe beweegt de Turk zijn hoofd wat richting de tolk die druk de woorden van de officier, rechters en raadsmannen vertaalt.

Zekeriya K. heeft zo in de rolstoel niet het uiterlijk van een killer, een absolute topcrimineel voor wie landgenoten en Turkse Nederlanders sidderen en beven. Maar volgens justitie zit hier de man die de luitenant is van Sedat en de dan nog levende, jongere broer Vedat Sahin.

K. wordt naast de drie liquidatiepogingen ook nog verdacht van het leiding geven aan een criminele organisatie, wapenbezit, afpersing en de handel in drugs. De overige verdachten is drugshandel, deelname aan een criminele organisatie, afpersing en wapenbezit ten laste gelegd. Van alle verdachten uit de Kapel-zaak zit alleen Zekeriya K. nog vast. De rest is vrijgelaten, maar is nog wel verdachte. In maart volgt weer een rechtszitting in Rotterdam. Sedat Sahin loopt nog vrij rond, naar het schijnt ergens in Turkije. Gespannen of ontspannen, dat is de vraag...

'Geen enkele rol'

Advocaat van Zekeriya K. is Louis de Leon van advocatenkantoor De Leon in Utrecht. Volgens hem is de rol van zijn cliënt veel te groot gemaakt door politie en justitie. “Hij wordt er bijgehaald vanwege zijn verleden. Mijn cliënt heeft geen enkele rol gespeeld in de schietpartijen. Andere zochten hem alleen maar op omdat hij kon bemiddelen. Door stront op te lossen, kwam hij in problemen.”

Erdogan-connectie

De ‘Erdogan-connectie’ in de Kapel-zaak zou reden genoeg moeten zijn voor justitie in Nederland om een apart onderzoek te starten naar de link tussen Turkse criminelen in Nederland en Turkije. Dat zou je zeggen tenminste. Maar een woordvoerder van het parket Zeeland-West-Brabant laat weten dat er geen onderzoek wordt gedaan naar de mogelijke connectie met Erdogan of invloed vanuit Turkije. En dat is vreemd, omdat de passage over de Turkse premier zo nadrukkelijk genoemd wordt in het onderzoeksdossier. Ter illustratie van de macht van de groep Sahin en Zekeriya K.

Liquidaties van Turken in Nederland

Van de 24 liquidatieslachtoffers in Nederland in 2014 had precies een kwart van de slachtoffers een Turkse achtergrond. Bij de meeste liquidatiezaken waarbij het slachtoffer een Turkse achtergrond heeft, zijn de daders ook van Turkse afkomst.

Bekende slachtoffers van liquidaties in de afgelopen jaren zijn de Amsterdammers Senol Tuna (47), Aytas Göraler (39) en Nedim Imaç (40).

Nedim Imaç zit in de jaren negentig de Amsterdamse voetbalclub Türkiyemspor voor. Justitie ziet Imaç als kopstuk van de Turkse heroïnemaffia in Nederland. De drugsopbrengsten worden witgewassen door middel van de club. Op 17 februari 2007 wordt hij in Amsterdam-Osdorp geliquideerd. Kroongetuige Peter La Serpe wijst Ali Akgün in het Passageproces aan als opdrachtgever.

Senol Tuna wordt in oktober 2011 gevonden in de kofferbak van een uitgebrande auto in Spoordonk. De moord op Tuna, die volgens Willem Endstra behoorde tot de bende rond Willem Holleeder, is nooit opgelost. Tuna was veroordeeld voor moord, werd in verband gebracht met drughandel en perste volgens justitie Johnny Wijsmuller af. Een groep Turkse drugscriminelen uit Eindhoven zou mogelijk achter de liquidatie van Tuna zitten.

Met zijn 16 maanden oude zoontje op de arm en zijn vrouw en dochtertje vlak naast hem, wordt Aytas Göraler op 4 januari 2014 doodgeschoten in Amsterdam.  In augustus wordt een verdachte van de moord op de oud-eigenaar van club The Sand opgepakt. Het is Baris O., de zoon van de Turks/Amsterdamse coffeeshophouder Atilla O., één van de beoogde slachtoffers uit het liquidatieproces Passage.

Laatste ontwikkelingen

De Turkse politie heeft afgelopen week tien mensen opgepakt voor betrokkenheid bij de liquidatie van Vedat S. in Istanbul. Justitie brengt de verdachten vooralsnog niet in verband met de liquidatie van Ali Akgün diezelfde dag.

Bij de verdachten zijn meerdere wapens aangetroffen. Vijf departementen van de politie in Istanbul werken samen aan het onderzoek naar de afrekeningen op Kerstavond.

De Istanbul-moorden hebben mogelijk een link met de liquidatie van Murat Garki (25) op 9 december 2014 in de Rivierenbuurt te Amsterdam. Garki was een goede vriend van Baris Ö., de zoon van Atilla Ö. Die laatste is een grote naam in de Amsterdamse onderwereld en zit momenteel volgens de laatste informatie in Turkije. Hij was de  gezworen vijand van Ali Akgün. Eén van de scenario's die justitie in Nederland op dit moment onderzoekt, is dat de moord op Garki deel uitmaakt van een vete tussen Turkse criminelen die ook al aan Ali Akgün het leven kostte. Ook Turkse media melden dat justitie daar kijkt naar een link tussen de moorden op Garki en Akgün.

 

 

  • M. Haas