De laatste dag van de Ouwe: Donald Groen praat voor het eerst over de moord op Stanley Hillis

   17160  

Crimineel Donald Groen kwam een paar minuten na de liquidatie van Stanley Hillis aan op de plek des onheils. Hij heeft nog nooit gesproken over de achtergronden van die afspraak en over wat er allemaal daarvoor gebeurde. In deze exclusieve voorpublicatie uit het boek De Kouwe Ouwe vertelt Groen voor het eerst over die 21ste februari 2011. ‘Als je afgaat op de inzet van die ochtend dan móest er iets gebeuren tussen die Ouwe en mij.’ Dit is een GRATIS voorstukje van het verhaal van misdaadverslaggevers Martijn Haas en Vico Olling.

Te laat

We hebben met Donald Groen afgesproken in de Fizeaustraat, de plek waar Stanley Hillis in 2011 is doodgeschoten. Groen laat via de app weten dat hij een paar minuten later is. Als hij aan komt rijden in zijn Audi en het raampje naar beneden schuift, zeggen we dat hij wéér te laat is, net als een paar jaar geleden. Hij lacht erom. We wijzen op een plek waar hij zijn auto kan neerzetten, maar volgens hem is dat precies de plek waar die Ouwe zijn auto had geparkeerd. “Jullie proberen me uit te lokken, hè?” zegt hij lachend. Hij parkeert iets verderop. Groen keert voor ons dus even terug naar de Fizeaustraat. Hij heeft hier meerdere keren met Hillis afgesproken en loopt er volledig op z’n gemak rond. Het is de eerste keer sinds de moord dat hij hier weer is, maar het doet hem helemaal niets. “Nee, hoor. Waarom? Ik ken deze plek heel goed. Hier vlakbij ben ik ook opgegroeid. Als ik eerder was dan die Ouwe dan liep ik wat rond tot hij tevoorschijn kwam. Soms had ie een zak met brood bij zich om de eendjes te voeren op die brug.”

We wandelen naar de bewuste brug. Groen loopt direct naar een lantaarnpaal die midden op de brug staat. Hij heeft het tegen ons al eerder over die paal gehad. Hij vertelde dat hem in de weken voorafgaand aan de afspraak met die Ouwe iets opgevallen was. “Wat doe je in de tijd dat je ergens wacht? Je kijkt wat rond, je neemt de omgeving in je op. Wat me toen opviel was dat deze ene lantaarnpaal op de brug schuin stond. Zou daar iemand tegenaan gereden zijn? Ik wandelde ernaartoe en keek en voelde of ie schade had. Had ie niet. Zou het door de wind gekomen zijn dat die paal zo schuin staat? Dat leek me heel onwaarschijnlijk. Verder liet ik het maar zo, want
net op dat moment kwam die Ouwe.”

Lantaarnpaal

De keer daarop had Groen weer een afspraak met Hillis op de Fizeaustraat, nog steeds voor die fatale maandag. “Ik keek weer wat rond, rolde een shaggie en ineens bemerkte ik dat er iets veranderd was in mijn gezichtsveld. Een moment kon ik er de vinger niet precies op leggen, maar ineens wist ik het: die schuine lantaarnpaal was er niet meer! Hij was vervangen door een nieuwe. Grappig dat de gemeente helemaal de moeite neemt om hier in een uithoek van Amsterdam dat ding te vervangen, dacht ik nog.”

Lees en zie ook: het spijkerharde verhaal van 'De Kouwe Ouwe' (VIDEO)

Er staan nu twee fietsen tegen die paal. Aan het stuur van een van de fietsen hangt een fietslampje. Donald kijkt ernaar, laat het even door zijn handen glijden. “Dit soort dingen vallen mij meteen op. Dat vind ik niks. Misschien zit er wel een microfoontje in of een zendertje. Toch?” Hij draait zich om en wijst naar de sloot die onder de brug doorloopt. “Hier stonden we dan de eendjes te voeren.” Hij draait zich weer om en kijkt naar de paal, alsof hij een ingeving krijgt. “Ik merk nu pas dat we dus de hele tijd precies onder die lantaarnpaal hebben staan praten,” zegt Groen. Hij wijst naar de kop van de lamp. “Misschien zat daar wel een camera in.” Hij tikt met zijn aansteker tegen het luikje aan de onderkant van de paal. “En hebben ze hier de opnameapparatuur ingestopt.”

Op zaterdagmiddag 19 februari 2011 loopt Donald Groen met zijn vrouw door de Amsterdamse binnenstad. Beetje winkelen, kijken naar mooie dingen, ergens een kopje koffie drinken. Belt De Ouwe ineens op de speciale lijn die hij en Groen hebben. Of Don tijd heeft om even naar de afgesproken plek toe te komen. Groen zegt dat hij er binnen tien minuten is. De ‘afgesproken plek’ is altijd de Fizeaustraat geweest. Als ze aankomen, parkeert Groen de auto honderd meter verderop. Hij loopt het stukje naar de afspreekplek, de vrouw van Groen blijft in de geparkeerde auto zitten. De Ouwe ziet hij in de verte staan tegen zijn rode Mitsubishi. Er volgt een korte begroeting en Donald maakt aanstalten
om een eindje te lopen met De Ouwe. Dat doen de mannen bijna altijd. Tijdens die wandeling bespreken ze dan zaken. Zo ben je moeilijker te volgen voor mogelijke afluisteraars. Groen merkt dat De Ouwe niet automatisch met hem meegaat. Hij wil tegen zijn auto geleund blijven staan. Maar Donald praat liever nooit in de buurt van een auto. Hij kan wel behangen zijn met afluisterapparatuur. Als De Ouwe wil praten dan moet hij wel meekomen. Hij maakt nog eens duidelijk dat hij wil gaan lopen, maar zoals Groen het zegt: “Het leek wel of die Ouwe vastgelijmd zat aan zijn auto. Ik vond dat meteen al heel verdacht.

Kun je komende maandag afspreken hier? zei Hillis.
Natuurlijk, zei ik.
Twaalf uur? vroeg ie. Vond ik goed.
Ja, of zullen we ergens anders afspreken?
Je hebt daar iets verderop een bankje in een park waar je lekker rustig kunt zitten, stelde die Ouwe ineens voor.”

Groen is verbaasd, want dit is altijd hun afspreekplek geweest, maar hij zegt dat hij het goed vindt. Daarna vraagt hij toch eventjes: “Maar waarom niet gewoon hier, waar we altijd afspreken?” Het blijft even stil, alsof Hillis nadenkt.“Ach ja, laten we het gewoon hier doen. Twaalf uur, maandag.”

De mannen nemen afscheid en Groen loopt terug naar de auto. Hillis loopt even mee om Groens vrouw gedag te zeggen. Als dat gebeurd is, loopt hij terug naar zijn eigen auto. Donald Groen gaat op zijn beurt weer met Hillis mee. “Het gesprek was nog niet afgelopen, dacht ik. Maar hij had ook eigenlijk verder niets meer te zeggen. We hadden dus ook zomaar bij mijn auto afscheid kunnen nemen, maar dat deed hij niet. Hij liep naar zijn auto, herhaalde nog een keer dat we elkaar maandag zouden zien en zei toen gedag.”

Dit gesprek vindt nog geen achtenveertig uur voor de liquidatie van Stanley Hillis plaats. Binnen die twee dagen organiseert de politie een helikopter om de boel van bovenaf in de gaten te houden, camera’s om te filmen, een aanhangwagentje met twee luistervinkrechercheurs, politieondersteuning en waarschijnlijk een heel arrestatieteam. Groen: “Als je afgaat op de inzet van die ochtend dan móest er iets gebeuren tussen die Ouwe en mij.”

Verder lezen?

De complete voorpublicatie van De Kouwe Ouwe lees je vanaf morgen (4 januari) in editie 1 van Panorama. Het nummer ligt dan in de winkels, maar is ook via onze website te bestellen én op Blendle te lezen. De Kouwe Ouwe - van Haas en Olling - komt op 12 januari uit, maar via deze link bestel je alvast een exemplaar. 

  • Y.M. Osterloh