Bij de politierechter: Peukje bietsen: openlijke geweldpleging

   7832  

Bij de politierechter komen elke dag, elk uur, zaken langs die niet wereldschokkend zijn, maar vaak wel herkenbaar. Zaken die ontroeren, of juist het bloed vanonder je nagels halen.

"U was met twee vrienden in de Albert Heijn, maar wat was nou precies uw rol in het geheel?”

”Niets. Ik heb alleen om een sigaret gevraagd. Verder niets.”

”Dat is niet wat de slachtoffers hebben verklaard.”

”Ik heb niets gedaan. Ik zou wel gek zijn, er hangen daar overal camera’s. Iemand zei dat zelfs nog. Hij zei: niet doen, niet hier!

”Wat niet doen?”

”Niets, mevrouw.”

”Als iemand zegt ’niet doen’ dan was u blijkbaar iets van plan.”

”Ik niet.”

”Volgens een van de slachtoffers kwam u vlak voor hem staan en dreigde u hem te slaan met een blik bier.”

”Misschien nam ik alleen een slok.”

”U ging wel vlak voor hem staan?”

”Ja, dat misschien wel.”

”Waarom deed u dat?”

”Ik wilde een sigaret.”

”U wilde hem niet bedreigen?”

”Misschien alleen een beetje.”

Het is alweer maanden geleden dat er pal voor de deur bij de AH aan het Haagse Spui twee mannen bedreigd en geslagen werden. Ze hadden net boodschappen gedaan en stonden bij hun fiets een peuk te roken toen drie jonge gasten op tamelijk agressieve toon een sigaret vroegen. Toen ze die niet direct kregen, begonnen de jongens te duwen. Daarna vielen de klappen. Een van de slachtoffers is, aan de foto’s in het dossier te zien, met een vuist vol op het linkeroog geraakt. Maar niet door de geblokte 20-jarige Hagenaar die vandaag terecht staat. Zijn verhaal kent een hoop misschiens – misschien wilde hij wel een beetje dreigen, misschien had hij ook wel wat gedronken, misschien zelfs een beetje veel – maar van één ding is hij zeker: hij heeft niet geslagen. Zijn vriend wel. Maar kom op, daar kan hij toch niets aan doen?

Lees uit deze serie ook: flippen in de apotheek

Gelijke monniken, gelijke kappen

De twee vrienden met wie de verdachte destijds bij de supermarkt was, zijn vandaag niet komen opdagen voor hun rechtszaak. Voor het achterhalen van de waarheid maakt dat weinig uit. Een kenmerk van ’openlijke geweldpleging’ is dat het in de openheid gebeurt, en dat zorgt vaak voor meer dan genoeg getuigen. Dat is volgens de officier van justitie juist wat het zo kwalijk maakt; dat nietsvermoedende mensen, kleine kinderen wellicht, ongevraagd getuige zijn van bruut geweld. BOEM! Zomaar, uit het niets. Dat de verdachte van vandaag zelf niet heeft geslagen, maakt volgens de officier dan ook weinig uit. De drie vrienden hebben hun slachtoffers gezamenlijk omcirkeld en geïntimideerd. ”Dan is het wat mij betreft gelijke monniken, gelijke kappen.”

Met dat laatste is de rechter het deels eens. De drie verdachten hebben volgens haar inderdaad als eenheid geopereerd, maar niet met een gelijk aandeel. Gelijke monniken, andere kappen. En andere straffen. De jongen die sloeg kan zestig uur taakstraf tegemoet zien. De andere twee, onder wie de aanwezige verdachte, komen weg met een taakstraf van veertig uur. De rechter volgt daarmee de eis van de officier, maar wil er nog wel bij zeggen dat de verdachte met die eis in zijn handjes mag knijpen. De verdachte knikt en maakt zich dan snel uit de voeten. Misschien is hij het er wel mee eens. Misschien wel een beetje veel zelfs.

Lees uit deze serie ook: De docent draait door: vernieling

Lees het in Panorama

Dit was een aflevering van 'De politierechter' uit de oude doos, geschreven door onze verslaggever Jochem Davidse. Benieuwd naar de aflevering van deze week? Lees 'm in ons magazine op Blendle of bestel een papieren versie.

Illustratie: Aloys Oosterwijk

 

  • Redactie Panorama