Bij de politierechter: mishandeling met koffie

   23253  

Bij de politierechter komen elke dag zaken langs die niet wereldschokkend zijn, maar vaak wel herkenbaar. Zoals deze zaak.

Je kunt je bijna niet voorstellen dat het ventje dat door twee agenten de zaal wordt binnengeleid iemand mishandeld heeft. Wie dan? En vooral: hoe? Staand op een keukentrapje? Hij is 27 maar zijn postuur is dat van een 12-jarige. Zijn iele bovenlijf verzuipt in zijn blauwwitte baseballjack. Zijn dunne beentjes
schuifelen stapje voor stapje richting de verdachtenstoel. Alsof hij bang is iets te breken of weg te waaien. Dan zakt hij langzaam in zijn stoel. Met de voorzichtigheid en souplesse van een oude kerel.

Lees uit deze serie ook: op zoek naar de piemelzwaaier

Hete koffie

Hij heeft hete koffie in iemands gezicht gesmeten. Dat is vandaag precies 103 dagen geleden. Al die tijd heeft hij in het huis van bewaring in Vught doorgebracht. De man die de koffie in zijn gezicht kreeg was een van de begeleiders van het Verdihuis, een maatschappelijk opvangtehuis in Oss, waar de verdachte destijds woonde. Het slachtoffer hield er geen brandwonden aan over, wel een ‘branderig gevoel’. Terwijl de officier van justitie het allemaal opleest, zit de jongen er bewegingloos bij.

“Klopt het, wat de officier allemaal zegt?” wil de rechter weten.
“Ja,” fluistert de verdachte zonder op te kijken.
“Waarom gooide u de koffie?”
“Ik weet het niet, ik wilde hem geen pijn doen.”
“Heeft u er spijt van?”
“Heel erg, mevrouw.”

Hij maakt een versufte, afwezige indruk. Daar is een reden voor. Psychiaters hebben bij hem een ernstige autistische stoornis vastgesteld. Hij is daarom ‘sterk verminderd toerekeningsvatbaar’ zoals dat heet, maar dus niet ontoerekeningsvatbaar. De officier eist daarom 133 dagen celstraf tegen hem, waarvan 30 voorwaardelijk. Het zou betekenen dat hij vandaag vrijkomt.

Lees uit deze serie ook: man steelt 9 blokjes afvalhout

Een atypische zaak

De jongen kijkt bij het horen van de eis niet op of om. Hij zit daar maar te zitten terwijl er over zijn hoofd over zijn leven wordt beslist. Want zo is het. Volgens zijn advocaat is dit een ‘atypische’ zaak. Het gaat hier niet zozeer om schuld en straf, zegt hij, het gaat hier om een mensenleven. De jongen heeft niets of niemand. Hij loopt al jaren van opvangcentrum naar opvangcentrum. Overal gaat het op een of andere manier fout. Het einde van zijn opties is zo langzamerhand in zicht. Hij kan nergens meer terecht, en er is niemand die hem de begeleiding biedt die zijn autistische stoornis overduidelijk eist. Wanneer de advocaat zijn betoog afrondt, valt de irritatie in zijn stem onmogelijk te negeren: “Hoe fout moet het gaan voordat de oorzaak van alle problemen eindelijk eens wordt aangepakt? Nu is het nog koffie maar wat is het straks? En wat zijn dan de gevolgen? Deze jongen straffen heeft geen zin. Hij heeft hulp nodig.” Zo bevlogen als de advocaat zijn werk doet, zo onaangedaan zit de verdachte op zijn stoel. Het hoofd nog altijd gebogen. Pas als de rechter uitspraak doet, vertoont zijn gezicht voor het eerst emotie. De rechter veroordeelt hem tot een celstraf van 58 dagen plus 45 dagen voor een nog openstaande, voorwaardelijke straf. Bij elkaar dus precies 103 dagen.

Lees uit deze serie ook: een 72-jarige vrouw met een rollator

“Maar… mag ik dan gaan?” stamelt de jongen.
“U mag gaan.”
“Ben ik dan zeg maar eh… vrij?”
“U bent vrij.”

Angstig zoeken zijn ogen die van zijn advocaat. Het is misschien wel de uitkomst waarvoor hij het meest bang was. Hij staat op straat. Met niets of niemand om naartoe te gaan. Hij is zeg maar eh… vrij.

Lees het in Panorama

Dit was een aflevering van 'De politierechter' uit de oude doos, geschreven door onze verslaggever Jochem Davidse. Benieuwd naar de aflevering van deze week? Lees 'm in ons magazine op Blendle of bestel een papieren versie.

Illustratie: Aloys Oosterwijk 

  • Redactie Panorama