Bij de politierechter: het medicijn speed

   12846  

Bij de politierechter komen elke dag zaken langs die niet wereldschokkend zijn, maar vaak wel herkenbaar. Zoals deze zaak.

“U had 50 gram speed op zak?” vraagt de rechter.
“Klopt,” bekent Patrick (37).
“Voor eigen gebruik?” vraagt de rechter.
“Klopt,” zegt Patrick.
“50 gram?” herhaalt de rechter voor de duidelijkheid.
“Klopt,” zegt Patrick.
“Voor eigen gebruik?” vraagt de rechter ongelovig.
“Klopt,” zegt Patrick opnieuw.

De rechter kijkt de verdachte een moment onderzoekend aan. Hij oogt mager en bleek. In modieuze kringen wordt het eenzame plukje haar pal onder zijn onderlip, op een verder gladgeschoren gezicht, ook wel een soul patch genoemd, maar Patrick (vettig en vormeloos petje, smoezelige rugzak, vale capuchontrui) wekt niet de indruk veel in die kringen te verkeren.

Lees uit deze serie ook: kind van de rekening

“Hoeveel gebruikt u dan wel niet?” vraagt de rechter.

Patrick gebruikt 1 gram speed per dag. Niet voor de lol, als medicijn. Hij lijdt al jaren aan hevige depressies en hij heeft inmiddels een halve apotheek achter de kiezen, maar niets helpt. Speed gelukkig wel, zo heeft hij zelf uitgevogeld. Een gram speed a day, keeps the doctor away. Maar omdat het nogal prijzig spul is, is Patrick, die van een bijstandsuitkering leeft, genoodzaakt grof in te kopen. Bulkvoordeel. Het is net als met piepers; hoe meer je ervan koopt, hoe goedkoper het wordt. Relatief dan. Nadeel is dan wel dat je eens in de zoveel tijd met een enorme lading drugs over straat moet, maar ach, je moet wel erg veel pech hebben wil de politie je net op zo’n moment in de kraag grijpen. En dat had Patrick. Het overkwam hem twee keer.

Lees uit deze serie ook: van alle markten thuis

Dealer-indicatie

Het OM gelooft daar helemaal niets van. De officier van justitie ziet bij Patrick overduidelijk een ‘dealer-indicatie’. De geloofwaardigheidsgrens van ‘voor eigen gebruik’ ligt juridisch gezien bij vijf gram. Patrick had daarvan bij zijn eerste aanhouding maar liefst het tienvoudige en bij zijn tweede aanhouding het achtvoudige op zak. Bovendien had hij beide keren een handzaam weegschaaltje bij zich.

“De standaarduitrusting van elke dealer,” doceert de officier.

Lees uit deze serie ook: boos om oud ijzer

Maar dan, net op het moment dat hij schaakmat lijkt te worden gezet, gooit Patrick een andere troefkaart op tafel. “Die weegschaal heb ik altijd bij me, en ook redelijk wat speed, maar dat is omdat ik ’s avonds nooit weet waar ik slaap. Dan kan ik mijn medicijnen beter maar bij me hebben,” legt hij uit.

“U woont toch samen met uw vriendin en uw dochtertje, waarom zou u niet weten waar u slaapt?” vraagt de rechter.
“Onze relatie is nogal explosief,” zegt Patrick. “Als het weer eens ontploft, slaap ik meestal in het tuinschuurtje, maar als mijn vriendin mij echt dwars wil zitten, dan gooit ze de stroom eraf. Dan zit ik daar zonder licht en zonder verwarming. Meestal slaap ik dan bij een vriend of zo. Als ze echt goed boos is, kan het wel een week duren voordat ik thuis weer welkom ben,” klaagt Patrick.

Lees uit deze serie ook: geen ID

De rechter zegt het niet, maar ze lijkt het wel te denken: leuke vriendin heeft u. Ze doet onmiddellijk uitspraak. Voor dealen is er te weinig bewijs, maar voor illegaal drugsbezit des te meer. Patrick krijgt een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke celstraf van drie maanden. Bovendien moet  hij zich onder behandeling laten stellen van de reclassering.

Lees uit deze serie ook: born bad

Lees het in Panorama

Dit was een aflevering van 'De politierechter' uit de oude doos, geschreven door onze verslaggever Jochem Davidse. Benieuwd naar de aflevering van deze week? Lees 'm in ons magazine op Blendle.

  • Y.M. Osterloh