Bij de politierechter: Een vlaag van verstandsverbijstering: huisvredebreuk

   5438  

Bij de politierechter komen elke dag, elk uur, zaken langs die niet wereldschokkend zijn, maar vaak wel herkenbaar. Zaken die ontroeren, of juist het bloed vanonder je nagels halen.

De man die de rechtszaal binnenkomt, lijkt rechtstreeks afkomstig uit een Engelse plattelandsdetective. Een donkergroene wollen kabeltrui en een platte, geruite pet op het hoofd. Alleen de pijp ontbreekt. Op zijn gemak inspecteert hij de omgeving. Dan loopt hij richting de stoel die pal voor de rechter staat, blijft daar nog wat dralen, mompelt het woord ‘respect’, legt zijn pet op tafel, haalt een hand door zijn warrige haar en gaat dan eindelijk zitten.

“Zo,” zegt hij, “begint u maar, mevrouw.”

“U ruikt naar drank. Heeft u gedronken, meneer?”

“Jazeker mevrouw. Elke ochtend.”

“U drinkt elke ochtend?" 

“Jazeker mevrouw. Bier, biefstuk en boontjes.”

“Als ontbijt?”

“Als ontbijt, dat is iets Zuid-Amerikaans.” 

“U bent Zuid-Amerikaans?” 

“Nee hoor.”

“Is alcohol een probleem voor u.”

“Integendeel, mevrouw, ik vind het heerlijk.” 

Lees uit deze serie ook: flippen in de apotheek

Een waslijst van vergrijpen 

De 58-jarige WAO’er wordt beschuldigd van huisvredebreuk nadat hij het Super de Boer-filiaal had betreden waarboven hij woont. Dat mocht hij niet. Na eerdere incidenten (diefstal) kreeg hij een winkelverbod opgelegd.

“Huisvredebreuk… Huisvredebreuk…” De man mompelt het woord voor zich uit. Ernstig peinzend, alsof hij probeert de diepere, achterliggende gedachte ervan te doorgronden. Hij zinkt nog dieper weg als de rechter hem vraagt naar zijn lezing van het verhaal. De verdachte lijkt elk woord minutieus te wegen, als een filosoof, maar elke samenhang ontbreekt. Zo filosofisch was hij trouwens niet volgens het proces-verbaal toen hij zich schuldig maakte aan huisvredebreuk.

Hij weigerde de supermarkt te verlaten toen de bedrijfsleider hem daar om vroeg. Na een worsteling belandden de twee op straat waar de verdachte zich los wist te rukken en als een speer de supermarkt weer binnenstoof. Toen de politie arriveerde en hem in de kraag greep, maakte hij de agent uit voor vuile kut-Marokkaan en beschuldigde hem vervolgens van discriminatie.

De verdachte zelf houdt het op een vlaag van verstandsverbijstering. Hij was even vergeten dat hij de winkel niet binnenmocht. Er is namelijk Korsakov bij hem vastgesteld.

“Echt waar hoor. U kunt dat navragen bij het Ministerie van eh… bij het Ministerie van eh… bij het Ministerie van Weet Ik Veel.”

Maar dat zijn de officier van justitie en de rechter niet van plan. Volgens hen was het helemaal geen vlaag van verstandsverbijstering. Het strafblad van de man is een lange waslijst van soortgelijke vergrijpen. Hij heeft meerdere winkelverboden gehad in verschillende winkels en ze vrijwel altijd overtreden. Dat moet maar eens klaar zijn. Hopelijk gaan een taakstraf van twintig uur en een voorwaardelijke celstraf van een week daarbij helpen. 

“Nou, dat was een leuke en interessante zaak,” concludeert de man terwijl hij zijn pet weer op zijn hoofd zet. “Ik ga dit zeker gebruiken voor mijn boek. Ik ben een boek aan het schrijven.”

“Hopelijk vult u dat boek niet met nog meer van dit soort zaken,” zegt de rechter.

“Nou het gaat eigenlijk meer over… ja hoe moet ik dat zeggen… het gaat eigenlijk meer over…”

“Dag meneer.”

Lees uit deze serie ook: De docent draait door: vernieling

Lees het in Panorama

Dit was een aflevering van 'De politierechter' uit de oude doos, geschreven door onze verslaggever Jochem Davidse. Benieuwd naar de aflevering van deze week? Lees 'm in ons magazine op Blendle of bestel een papieren versie.

Illustratie: Aloys Oosterwijk

  • Redactie Panorama