Bij de politierechter: een lulverhaal

   18835  

Bij de politierechter komen elke dag zaken langs die niet wereldschokkend zijn, maar vaak wel herkenbaar. Zoals deze zaak. 

Tip: wanneer je als verdachte van plan bent te liegen in een rechtszaak, denk daar dan vooraf even goed over na. Dat bespaart je een tamelijk gênante vertoning. Voor de 19-jarige verdachte die vandaag in zijn trainingsbroek voor de rechter zit, komt die tip helaas te laat. Hij praat netjes, zegt na elke zin ‘meneer’, maar zijn verhaal rammelt zo verschrikkelijk opzichtig dat niets hem nog kan redden.

Lees uit deze serie ook: ''Vuile kankeragent!''

Gestolen scooter en een karatetrap

Twee agenten in burger zien een scooter rijden in de binnenstad van Dordrecht en checken het kenteken in de database. Een routinecheck, meer niet. Als blijkt dat het plaatje toebehoort aan een scooter die als gestolen is opgegeven, zetten zij de achtervolging in. Hun auto is niet direct als politiewagen herkenbaar, maar zodra ze naast de scooter rijden, maken zij zich als politie bekend en gebaren de bestuurder te stoppen. Dat lijkt hij in eerste instantie ook te toen. Hij remt af, maar net als hij bijna stilstaat, draait hij om en verdwijnt in tegenovergestelde richting.

Lees uit deze serie ook: een fluitje van 99280 cent

De agenten keren de wagen en gaan achter hem aan. Ergens in een woonwijk raken ze hem kwijt, maar een halve minuut later zien ze de bestuurder in een brandgang lopen. Een van hen stapt uit en rent op hem af. Opnieuw gaat de jongen ervandoor, uiteindelijk is er een karatetrap voor nodig om hem tot stilstand te dwingen. De scooter wordt een straat verderop teruggevonden. Met de sleutels nog in het contact.

Lees uit deze serie ook: ''U lijkt mij zo’n fatsoenlijke jongen''

Tot zover de waarheid. Dan nu het lulverhaal:
“Ik wist helemaal niet dat het politie was, meneer!”
“Waarom sloeg u dan op de vlucht?”
“Ik sloeg niet op de vlucht, meneer. Ik had gewoon haast, meneer.”
“Maar volgens de agenten draaide u 180 graden om en ging er toen vandoor.”
“Dat klopt. Ik bedacht me ineens dat ik thuis iets vergeten was, meneer.”
“Waarom liet u de scooter dan midden op straat achter?”
“Ik mag van mijn vader geen scooter hebben, meneer. Hij mag het niet weten, meneer.”
“En dan laat u de sleutels gewoon in het contact?”
“Ik moest thuis alleen even wat pakken, meneer. Daarna wou ik weer gaan, meneer.”

En over het gestolen kentekenplaatje:
“Hoe kwam u aan dat plaatje?”
“Van een vriend gekregen, meneer.”
“En u vond u dat niet vreemd, dat hij u zomaar een kentekenplaatje gaf?”
“Nee, meneer, hij is een heel goede vriend. Hij wist dat ik al een maand een scooter in de schuur had staan waar ik geen plaatje voor had, meneer.”
“Waar had u die scooter staan?”
“Thuis in de schuur, meneer.”
“Ik dacht dat u van uw vader geen scooter mocht hebben?”
“Uh.”
“En dan nog, u kunt toch niet zomaar elk plaatje op elke willekeurige brommer zetten?”
“Nee, meneer? Oh, dat wist ik niet, meneer.”

De rechter kijkt hem een tijdje zwijgend aan en weet dan dat hij de waarheid er niet uit zal krijgen. Dat de verdachte het kentekenplaatje zelf gestolen heeft, valt onmogelijk te bewijzen, maar ook als hij het van een vriend kreeg, had hij kunnen en moeten weten dat het geen zuivere koffie was. Het feit dat hij eind vorig jaar nog werd veroordeeld wegens het jatten van een snorfiets, helpt ook niet mee: een werkstraf van twintig uur plus twee weken voorwaardelijke celstraf

Lees het in Panorama

Dit was een aflevering van 'De politierechter' uit de oude doos, geschreven door onze verslaggever Jochem Davidse. Benieuwd naar de aflevering van deze week? Lees 'm in ons magazine op Blendle of bestel een papieren versie.

Illustratie: Aloys Oosterwijk 

 

  • Redactie Panorama