Het Sierra Leone van Sander de Kramer

   1815  

Internationale ontwikkelingshulp is typisch zoiets dat veel mensen liever aan de professionals overlaten, maar Sander de Kramer niet. Zodra hij de kindslaven in de diamantmijnen van Sierra Leone zag, wist hij dat hem iets te doen stond. Nu, tien jaar na de oprichting van de Sunday Foundation, zijn die mijnen verleden tijd, gaan de kinderen naar school en is ‘Chief Ouwe Dibbes’ een West-Afrikaanse volksheld. Verslag van een bizarre reis.

"Hé ouwe dibbes! Hoe is het nou?"

In het midden van zijn huiskamer, kniediep tussen de talloze dozen, tassen en koffers, staat Sander de Kramer (44), tv-maker, columnist, Rotterdammer, wereldverbeteraar. Een grote grijns op zijn gezicht. De voordeur stond open, ik ben maar gewoon naar binnen gestapt. Dat doen er hier meer zie ik. Mensen met hun handen vol tassen en dozen, een vrouw met een taart, een meisje met een stapel kleurboeken onder haar arm, een man met een partij mobiele telefoons... Het is een komen en gaan in huize De Kramer op deze maandagavond. De halve buurt is op de been, zo lijkt het.

De ‘ouwe dibbes’ ben ik. Althans, in dit geval. Iedereen die ooit in de vrienden- of kennissenkring van Sander de Kramer belandt, promoveert vroeg of laat (maar meestal vroeg) tot ouwe dibbes. Oud-Rotterdams voor maat, gabber, makker. Ergens in de puinhopen vind ik een stoel en plof erop neer.

“Klaar voor de reis?” vraagt Sander. “Ik denk het,” zeg ik. “Zin in?” vraagt hij. “Zeker,” zeg ik met net iets te veel twijfel in mijn stem.

Sander kijkt me een moment zwijgend aan. Dan breekt die grijns weer door op zijn gezicht. Die grijns die me altijd vaag doet denken aan die van The Joker in de Batman- lms. De beide mondhoeken letterlijk omhoog gekruld, een indruk wekkende bek vol tanden.

“Komt helemaal goed, ouwe dibbes!” lacht hij.

Hij kent me een beetje. Met een vilein genoegen, maar misschien zag ik dat verkeerd, vertelde hij mij een paar weken eerder over Sierra Leone, het land waar we morgen naartoe vliegen. Hij vertelde over de zwarte mamba, de dodelijkste slang ter wereld die er ongeveer zo zeldzaam is als de huismus bij ons, over gele koorts, over het genadeloze Lassa-virus dat je er kunt oplopen door alleen al uit een besmet blikje te drinken, over knokkelkoorts, malaria en de tseetseevlieg, over niet te stelpen diarree-aanvallen en spinnen met meer haar op hun rug  dan Ron Jeremy. Daar had ik niet direct zin in gekregen.

De twee woorden waartoe mijn eigen kennis van het West-Afrikaanse land zich beperkte deden me ook niet direct naar het reisbureau rennen: burgeroorlog en ebola. Tegen ieder ander die me had uitgenodigd voor een reis naar Sierra Leone, had ik waarschijnlijk direct nee gezegd. Maar het was niet ieder ander, het was Sander de Kramer.

Vliegtuig vol voetbalschoenen

Ruim vijftien jaar geleden ontmoetten we elkaar voor het eerst. Hij was destijds hoofdredacteur van het Straatmagazine, de Rotterdamse daklozenkrant, ik was zijn stagiair en enige medewerker. Samen sleten we drie maanden in een tamelijk aftandse redactieruimte pal achter de befaamde Pauluskerk, waar de dak- en thuislozen in- en uitliepen en de mu e lucht een kwestie van wennen was. In de lunchpauzes trapten we een balletje met de daklozen, om de hoek op het Schouwburgplein. Na die tijd scheidden onze wegen zich en spraken we elkaar weinig meer. Ik ronde mijn studie af en ging voor Panorama werken, hij ging vooral
radio- en tv-werk doen (onder andere de tv-programma’s De Wandeling en De Rekenkamer) en kreeg een column in De Telegraaf. Maar het waren vooral zijn niet-professionele werkzaamheden die ervoor zorgden dat ik hem onmogelijk uit het oog kon verliezen.

De ene keer haalde hij het nieuws door met een sportvliegtuigje tjokvol voetbal- schoenen naar een door lepra geteisterd gebied op Madagascar te vliegen, gewoon, omdat niemand anders die moeite nam en ze daar toch echt voet- balschoenen nodig hadden. De andere keer dook hij op als bondscoach van het Nederlands Daklozenelftal, of ontving hij de prestigieuze Majoor Bosshardt Prijs, een onderscheiding voor mensen en organisaties die zich belangeloos inzetten voor een betere wereld.

En toen liep hij ineens rond in Sierra Leone, waar hij met gevaar voor eigen leven probeerde om straatarme kinderen uit de diamantmijnen te redden. De Telegraaf had hem de kans geboden om een reportage geheel naar eigen wens in te vullen. Die keuze was snel gemaakt. Elk jaar publiceerden de Verenigde Naties een ranglijst van beste en slechtste landen om in te wonen. Een lijst gerangschikt op basis van veiligheid, rijkdom en ontwikkeling. In die lijst bezette Nederland steevast een top 10-plek, maar veel interessanter vond Sander de onderste regionen van de lijst. En dan met name het land dat jarenlang helemaal onderaan bungelde. Het land dat volgens de VN écht de hel op aarde was: Sierra Leone.

Dit was slechts een klein voorstukje uit het blad. Wil je het hele artikel van Jochem Davidse over Sander de Kramer lezen? Bestel Panorama dan hier, of lees het hele stuk in Blendle.

  • Redactie Panorama